Alle soorten › Scharrelaarachtigen › Todies › Cubaanse todie
Cubaanse todie | Todus multicolor
Cuban Tody | Cartacuba
De Cubaanse todie is een van de vijf todies, een familie kleine, kortvleugelige vogels die alleen op de Grote Antillen voorkomt. Hij zit lang roerloos op een dun takje met de snavel schuin omhoog en schiet dan plotseling naar een insect aan de onderkant van een blad. Op Cuba heet hij cartacuba of, naar zijn roep, pedorrera.
Geluid
Een zacht, rollend pprrieee-pprrieee, waaraan de lokale naam pedorrera ontleend is, en een droog tot-tot-tot-tot vanaf de zitplaats.
Opname: Zsombor Károlyi — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
10–11 cm, gedrongen, met een grote kop, een korte staart en een lange, platte snavel die van boven zwart en van onder rood is. De bovendelen zijn helder glanzend groen, de keel is rood en de teugel geel. Aan de zijkant van de hals zit een blauwe vlek. De onderdelen zijn lichtgrijs, de flanken roze. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
Op Cuba geen andere todie. De Cubaanse smaragdkolibrie Riccordia ricordii is eveneens groen, maar heeft een dunne, rechte snavel en zweeft bij bloemen. De andere vier todies leven op Jamaica, Puerto Rico en Hispaniola en komen op Cuba niet voor.
Leefgebied
Een generalist van vrijwel alle bostypen op Cuba: droog laaglandbos en kuststruweel, halfgroen en vochtig bos, pijnbos, het kalksteenbos van de mogotes en de begroeiing langs beken en rivieren, van zeeniveau tot hoog in de bergen. Foerageert in de onderste en middelste laag van het bos op kleine insecten en spinnen. Broedt in een zelfgegraven tunnel van ongeveer 30 cm lang in een steile oever van leem of aarde, met een nestkamer aan het eind.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Cuba en de eilanden voor de Cubaanse kust, over het hele eiland waar bos of struweel staat. Buiten Cuba komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In vrijwel elk bosgebied op Cuba, bijvoorbeeld op het schiereiland Zapata en in de Sierra del Rosario. De roep is het beste aanknopingspunt; de vogel zelf zit vaak op ooghoogte stil en is dan pas bij beweging op te merken. Steile, kale oevers langs bospaden zijn de plek om naar nesttunnels te zoeken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort is algemeen en komt in een breed scala aan bostypen voor, ook in secundair bos en struweel.
Wetenschappelijke naam
Todus multicolor | Gould, 1837
Gould beschreef de soort in 1837 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Todus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Todus is een Latijns woord voor een klein vogeltje, genoemd door de toneelschrijver Plautus en de grammaticus Festus. multicolor is Latijn voor 'veelkleurig', naar het bonte groen, rood, geel, blauw en roze verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit West-Cuba (later aangewezen).




