Alle soorten › Zangvogels › Spotlijsters › Geschubde spotlijster

Geschubde spotlijster | Allenia fusca

Scaly-breasted Thrasher | Cuitlacoche oscuro

De geschubde spotlijster is een donkere, gevlekte spotlijster van de bossen van de Kleine Antillen. Hij is schuwer en meer aan bos gebonden dan de grotere witoogspotlijster, met wie hij op veel eilanden samen voorkomt, en foerageert vaak hoog in de kroon. Er worden vijf ondersoorten onderscheiden; die van Barbados is waarschijnlijk uitgestorven.

Geschubde spotlijster (Allenia fusca)
Foto: Thibaud Aronson — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Bij het foerageren een vol djoe-kwip. De zang, vooral in de ochtend, is een reeks gevarieerde, deels herhaalde noten en frasen, als van een spotlijster maar zachter en trager.

Luister: ZangXC1056112

Opname: Denis Dujardin — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

23 cm, met een vrij korte, licht gebogen, zwartachtige snavel. Kop en bovendelen zijn donker grijsbruin, de stuit roodbruin getint en de staart zwartbruin met witte punten aan de buitenste veren, die vooral in de vlucht zichtbaar zijn. Over de vleugel loopt één smalle witte streep, gevormd door de witte punten van de grote dekveren. Keel en onderdelen zijn wit met dichte grijsbruine vlekken en schubben, het dichtst op de borst; de buik is lichter. De iris is lichtgeel. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De witoogspotlijster Margarops fuscatus is groter en zwaarder, met een witte iris, een dikke, lichte snavel met hoornkleurige punt en geen duidelijke vleugelstreep. De antillenlijster Turdus lherminieri heeft een gele snavel, gele poten en een gele oogring en zoekt meer op de bosbodem. De sidderspotlijsters Cinclocerthia hebben een veel langere snavel en een ongevlekte onderzijde.

Leefgebied

Vochtig en halfgroen bos, laaglandregenwoud en bergbos, ook half open bos, en op sommige eilanden droog bos, kuststruweel en mangrove. Komt soms in tuinen bij bebouwing. Zoekt op alle hoogten in bomen naar geleedpotigen en eet veel vruchten en bessen; loopt korte afstanden vaak eerder dan dat hij vliegt. Het nest is een open kom in een boom; broedt vooral in mei en juni, met twee tot drie eieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Standvogel op de Kleine Antillen van Sint Maarten en Saba zuidwaarts via Saint Kitts, Nevis, Antigua, Montserrat, Guadeloupe, Dominica, Martinique, Saint Lucia en Saint Vincent tot Grenada; dwaalgast op de Grenadines. Mogelijk verdwenen van Sint Eustatius en Barbuda, en waarschijnlijk uitgestorven op Barbados. Buiten de Kleine Antillen komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste in de vroege ochtend in vochtig bos, bijvoorbeeld op Dominica, Guadeloupe en Saint Lucia, als de vogels zingen. Een spotlijster met donkere, gevlekte borst en smalle zwarte snavel die zich in de kroon ophoudt, is deze soort; de witoogspotlijster is brutaler en vaker in het open te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Op de grotere eilanden met veel bos is de soort vrij algemeen. Op enkele kleinere, sterk ontboste eilanden is ze verdwenen of zeer zeldzaam geworden; ontbossing, orkanen en mogelijk concurrentie met de witoogspotlijster spelen een rol.

Wetenschappelijke naam

Allenia fusca | (Müller, 1776)

Müller beschreef de soort in 1776 als Muscicapa fusca; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Allenia werd in 1891 ingevoerd door Cory. Allenia is vernoemd naar de Amerikaanse zoöloog Joel Asaph Allen (1838–1921), conservator aan het American Museum of Natural History. fusca is Latijn voor 'donker, schemerig', naar het overwegend donkerbruine verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Martinique.