Alle soorten › Zangvogels › Spotlijsters › Sint-Luciaspotlijster

Sint-Luciaspotlijster | Ramphocinclus sanctaeluciae

St. Lucia Thrasher | Cuitlacoche de Santa Lucía

De Sint-Luciaspotlijster is een tweekleurige spotlijster van het droge bos aan de oostkust van Saint Lucia. Hij werd in 1887 als aparte soort beschreven, later met de vogels van Martinique samengevoegd tot de witborstspotlijster, en geldt sinds 2024 weer als zelfstandige soort. Het grootste deel van de wereldpopulatie van het vroegere geheel leeft op Saint Lucia.

Sint-Luciaspotlijster (Ramphocinclus sanctaeluciae)
Foto: Aaron Michael — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil. Bij de verdediging van het territorium, tegen soortgenoten en andere vogels, ruwe, schorre roepjes en een raspend alarm. Daarbij wordt de staart opgewipt en worden de vleugels hangend gehouden en trillend bewogen, zoals bij sidderspotlijsters. De zang is weinig opvallend.

Luister: Opnamexeno-canto

Opname: Paul Driver — CC BY-NC-SA 4.0 · Omgezet naar mp3, mono, ongewijzigde lengte · xeno-canto

Herkenning

23–25 cm, met een vrij korte staart, lange donkere poten en een lange, licht gebogen zwarte snavel. Bovendelen, kop en staart zijn egaal donkerbruin; keel, borst en buik zijn zuiver wit, scherp afgezet tegen de bruine kopzijden en flanken. De iris is rood. De seksen zijn gelijk. Onvolwassen vogels zijn egaler donkerbruin en krijgen eerst een roomwitte borstvlek. Vergeleken met de martiniquespotlijster Ramphocinclus brachyurus iets groter en warmer bruin van boven.

Verwarrings­soorten

Op Saint Lucia is de combinatie van donkerbruine bovendelen, zuiver witte onderdelen en rode iris uniek. De geschubde spotlijster Allenia fusca heeft een gevlekte borst, een witte vleugelstreep en een lichte iris. De witoogspotlijster Margarops fuscatus is groter, met een witte iris, een zware lichte snavel en een geschubde onderzijde. De grijze sidderspotlijster Cinclocerthia gutturalis is grijsbruin met een lange snavel en een gele iris. De tropische spotlijster Mimus gilvus is grijs van boven, met een lange staart met witte hoeken, en leeft in open terrein.

Leefgebied

Droog loofbos en dicht kustbos in de ravijnen en op de hellingen van de oostkust, op plekken met een dikke strooisellaag en weinig ondergroei. Foerageert op de grond, waar de vogel al lopend bladeren omgooit op zoek naar ongewervelde dieren. Nestelt in bomen op 2–6 m hoogte, vaak langs beekjes in de ravijnen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Saint Lucia, in twee gescheiden gebieden aan de oostkust op ongeveer 3 km van elkaar: Mandelé, met het grootste deel van de populatie, en Iyanola in het noordoosten. Er is geen aanwijzing dat vogels tussen beide gebieden uitwisselen. De verwante martiniquespotlijster leeft alleen op het schiereiland La Caravelle op Martinique.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De soort leeft vooral op particulier en weinig ontsloten terrein; een plaatselijke gids of de bosdienst van Saint Lucia weet waar de vogels zitten. Het beste vroeg in de ochtend in droge ravijnen, waar het geritsel in het strooisel de vogel vaak eerder verraadt dan zijn roep.

Staat van instandhouding

Bedreigd. Een schatting uit 2016 kwam op ongeveer 1130 volwassen vogels, in een klein en versnipperd gebied waarvan weinig beschermd is. De belangrijkste bedreiging is verlies en versnippering van droog kustbos door ontginning, landbouw en bouwplannen; daarnaast eten ingevoerde zoogdieren en de inheemse Saint-Lucia-lanspuntslang eieren en jongen. Voor de populatie van Saint Lucia bestaat een beschermingsplan.

Wetenschappelijke naam

Ramphocinclus sanctaeluciae | Cory, 1887

Cory beschreef de soort in 1887 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Ramphocinclus werd in 1843 ingevoerd door De Lafresnaye. Ramphocinclus is Grieks, van rhamphos 'snavel' en kinklos 'lijster': een lijsterachtige vogel met een opvallende, licht gebogen snavel. sanctaeluciae betekent 'van Sint-Lucia', het eiland waar deze spotlijster leeft. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sint-Lucia.