Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Gewone saffraangors
Gewone saffraangors | Sicalis flaveola
Saffron Finch | Chirigüe azafranado
De gewone saffraangors is een gele, mussenachtige vink van gazons, erven en open terrein. Van nature komt hij in het gebied alleen op Trinidad voor, maar als populaire kooivogel is hij op verscheidene eilanden ingevoerd of ontsnapt en daar gevestigd. Hij is weinig schuw en foerageert vaak in groepjes op de grond, ook midden in dorpen en steden. In Venezuela heet hij canario de tejado.
Geluid
De roep is een kort, helder pink of tsip. De zang is een reeks herhaalde, tjilpende en fluitende noten, vaak vanaf een dak, paal of draad; om deze zang wordt de soort als kooivogel gehouden.
Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
13–15 cm, gedrongen, met een korte, kegelvormige snavel. Het mannetje is helder geel met een oranje voorhoofd en kruin; de rug is olijfgeel met vage donkere streepjes, vleugels en staart zijn donker met gele randen. Bij de noordelijke vogels lijkt het vrouwtje op het mannetje, maar is ze doffer en minder oranje op de kop. Jonge vogels zijn grijsbruin en licht gestreept, met een gele band over de borst en een gele onderstaart; ze worden geleidelijk geler, zodat gemengd gekleurde vogels vaak te zien zijn.
Verwarringssoorten
De graslandsaffraangors Sicalis luteola is kleiner, heeft een duidelijk gestreepte bruine rug en kruin en mist het oranje op de kop. De mangrovezanger Setophaga petechia heeft een dunne snavel en zoekt in bomen en struiken naar insecten, niet op de grond naar zaden. Jonge saffraangorzen zijn door de gele borstband van andere grijsbruine vinkjes te onderscheiden.
Leefgebied
Open en halfopen laagland: gazons, parken, erven, weilanden, wegbermen en de randen van droog struweel; op de ABC-eilanden ook in en rond doornstruweel. Zoekt op de grond naar zaden van grassen en kruiden en eet ook kleine insecten. Buiten de broedtijd in groepjes. Nestelt in holten: verlaten nesten van andere vogels, holle takken en bamboe, en vaak onder dakpannen of in gaten in gebouwen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Op Trinidad een standvogel van de nominaatvorm flaveola, die ook in Colombia, Venezuela en de Guyana's leeft. Op Jamaica ingevoerd, volgens de literatuur al in de negentiende eeuw, en nu plaatselijk algemeen in het laagland. Op Puerto Rico ingevoerd en gevestigd, onder meer in het stedelijk gebied rond San Juan. Op Curaçao en Bonaire algemeen, op Aruba schaars; of deze populaties door ontsnapte kooivogels of door natuurlijke kolonisatie vanaf het vasteland zijn ontstaan, is niet met zekerheid bekend. Van de Kaaimaneilanden en de Bahama's zijn enkele losse meldingen, vermoedelijk van ontsnapte vogels. Buiten het gebied in het grootste deel van Zuid-Amerika buiten het Amazonebekken; ook ingevoerd in Panama en op Hawaï.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Curaçao en Bonaire vaak al op hotelgazons, in tuinen en op erven te zien. Op Puerto Rico en Jamaica komen de vogels vooral voor op gemaaide grasvelden in en rond bebouwing. Groepen met jonge vogels bestaan uit een mengeling van grijsbruine, gestreepte en gele exemplaren.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied en profiteert van open, door de mens gevormd landschap. Op veel plaatsen worden vogels gevangen voor de kooivogelhandel. Op Jamaica en Puerto Rico is het een exoot.
Wetenschappelijke naam
Sicalis flaveola | (Linnaeus, 1766)
Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Fringilla flaveola; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sicalis werd in 1828 ingevoerd door Boie. Sicalis komt van het Griekse sikalis, een klein vogeltje met een zwarte kop dat Aristoteles en Epicharmus noemen, mogelijk een grasmus. flaveola is een verkleinwoord van het Latijnse flavus 'goudgeel', naar het felgele verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Suriname (later aangewezen).



