Alle soorten › Zangvogels › Winterkoningen › Grenadawinterkoning

Grenadawinterkoning | Troglodytes grenadensis

Grenada Wren | Chivirín de Granada

De Grenadawinterkoning is de meest aan de mens gebonden van de vier huiswinterkoningen van de Kleine Antillen die in 2024 van de huiswinterkoning Troglodytes aedon zijn afgesplitst. Net als de huiswinterkoningen van het vasteland leeft hij vooral rond huizen en tuinen.

Grenadawinterkoning (Troglodytes grenadensis)
Foto: Mike's Birds — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is luid en bestaat uit trillers en gekwetter. Roepen zijn harder en schettend, een raspend tsjrr. Net als bij huiswinterkoningen van het vasteland past de zang zich aan de geluiden in bebouwd gebied aan.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.

Herkenning

11–13 cm, klein en vrij gedrongen, met een korte, vaak opgestoken staart. De snavel is een van de langste binnen de groep, wat de kop een wat zwaar uiterlijk geeft. Het kleed is donker, warm roodbruin; vleugels en staart zijn fijn donker gebandeerd. Een wenkbrauwstreep ontbreekt of is nauwelijks zichtbaar. De keel is witachtig, de rest van de onderdelen warm zandkleurig tot roodbruin. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Op Grenada de enige winterkoning. Het vrouwtje van het Antillendikbekje Loxigilla noctis is bruin, maar heeft een korte, kegelvormige snavel en een ongebandeerde staart. De Sint-Vincentwinterkoning op Saint Vincent is onder veel witter en heeft een duidelijke wenkbrauwstreep; de zuidelijke huiswinterkoning Troglodytes musculus op Trinidad en Tobago is lichter en minder roodbruin, met een kortere snavel.

Leefgebied

Vooral rond menselijke bewoning: tuinen, erven, dorpen en stadswijken, landbouwgebied en plantages. In ongestoord bos komt de soort ook voor, maar in lagere dichtheden. Zoekt laag in begroeiing en rond gebouwen naar insecten en spinnen en nestelt vaak in holten in gebouwen.

Verspreiding en trek

Alleen op Grenada, waar de soort op het hoofdeiland wijdverbreid is; op de kleinere eilanden voor de kust is hij schaars. Buiten Grenada komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vrijwel elke tuin of erf op Grenada, ook rond St. George's en bij hotels. De luide zang vanaf een dakrand of hek is het eerste aanknopingspunt.

Staat van instandhouding

Nog niet beoordeeld door de IUCN (NE), omdat de soort pas in 2024 is afgesplitst. Het verspreidingsgebied beslaat één eiland, maar de soort is er algemeen en profiteert van bewoning en open, gecultiveerd land.

Wetenschappelijke naam

Troglodytes grenadensis | (Lawrence, 1878)

Lawrence beschreef de soort in 1878 als Thryothorus grenadensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Troglodytes werd in 1809 ingevoerd door Vieillot. Troglodytes is Grieks, van troglē 'hol, spleet' en dyein 'kruipen': 'holbewoner', naar de gewoonte om al zoekend in spleten en holten te verdwijnen. grenadensis betekent 'van Grenada', het eiland waar de soort voorkomt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Grenada (niet nader vermeld).