Alle soorten › Kolibries en gierzwaluwen › Kolibries › Groenborstmango

Groenborstmango | Anthracothorax prevostii

Green-breasted Mango | Mango pechiverde

De groenborstmango is een grote kolibrie van het laagland van Mexico, Midden-Amerika en het noorden van Zuid-Amerika. In het gebied van deze gids komt hij alleen voor op San Andrés en Providencia, waar een eigen ondersoort leeft, A. p. hendersoni. Hij is daar een vertrouwde verschijning in tuinen en kustbos.

Groenborstmango (Anthracothorax prevostii)
Foto: Félix Uribe from Rionegro, Antioquia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een kort, hoog en scherp sip of sik, vooral in de vlucht. De zang is een zoemende, herhaalde reeks tsi si-si-si si-si-si.

Luister: RoepXC955495

Opname: Paul Driver — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–12 cm, met een gebogen zwarte snavel. Het mannetje is glanzend bronsgroen van boven en groen van onder; midden over kin en keel loopt een fluweelzwarte streep, aan de zijkanten begrensd door glanzend blauwgroen. De staart is paarsrood met donkere punten. Het vrouwtje is groen van boven en wit van onder, met een donkere middenstreep van keel tot buik; de buitenste staartpennen zijn blauwzwart met een paarse basis en witachtige punten. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, maar hebben roestbruine randen langs de middenstreep.

Verwarrings­soorten

Op San Andrés en Providencia is dit de enige mango, en de enige grote kolibrie met een gebogen snavel. De robijnkeelkolibrie Archilochus colubris, een zeldzame gast uit Noord-Amerika, is veel kleiner, met een rechte snavel en witte onderdelen. Elders in het gebied verschillen de zwartkeelmango Anthracothorax nigricollis en de groenkeelmango Anthracothorax viridigula vooral in de tekening van keel en borst; die komen echter alleen op Trinidad en Tobago voor.

Leefgebied

Kustbos, kuststruweel, mangroveranden, secundair bos, kokos- en fruitaanplant en tuinen met bloeiende bomen en struiken, van zeeniveau tot de heuvels van Providencia. Zuigt nectar in bloeiende bomen en jaagt vanaf een open zitplaats op insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Standvogel op San Andrés en Providencia (Colombia), als endemische ondersoort. Losse meldingen van Bonaire, de Turks- en Caicoseilanden en Trinidad in de GBIF-gegevens zijn niet bevestigd. Daarbuiten van het oosten van Mexico door Midden-Amerika tot Colombia en Venezuela; als dwaalgast in de Verenigde Staten.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op beide eilanden het best in tuinen en bij bloeiende bomen langs de kustweg, en op Providencia ook in de begroeiing op de lagere hellingen. Mannetjes zitten vaak zichtbaar op een open tak.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is in haar hele verspreidingsgebied algemeen. De kleine populatie op San Andrés en Providencia is wel gevoelig voor orkanen; orkaan Iota trof Providencia in 2020 zwaar.

Wetenschappelijke naam

Anthracothorax prevostii | (Lesson, 1832)

Lesson beschreef de soort in 1832 als Trochilus prevostii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Anthracothorax werd in 1831 ingevoerd door Boie. Anthracothorax is Grieks, van anthrax 'kool' (dus 'zwart') en thōrax 'borst', naar de zwarte middenstreep op borst en buik. prevostii eert een Franse Prévost, vermoedelijk de natuuronderzoeker en illustrator Florent Prévost (1794–1870); sommigen denken aan de kunstenaar Alphonse Prévost. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zuid-Amerika (niet nader bepaald).