Alle soorten › Kolibries en gierzwaluwen › Kolibries › Groenkeelkolibrie
Groenkeelkolibrie | Eulampis holosericeus
Green-throated Carib | Colibrí caribeño gorjiverde
De groenkeelkolibrie is de algemene grote kolibrie van de laaglanden van de Kleine Antillen en de Maagdeneilanden, vaak de eerste kolibrie die een bezoeker in een hoteltuin ziet. Hij is de naaste verwant van de granaatkolibrie, waarmee hij het geslacht Eulampis vormt. Hij verdedigt bloeiende struiken en voerflessen fel tegen andere kolibries.
Geluid
Een scherp, droog tsjup of tsjoep, vaak herhaald bij het verjagen van andere kolibries. Bij territoriumconflicten maakt hij ook ratelende en zoemende geluiden met de vleugels.
Opname: Daniel Lane — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
10–12 cm, met een gebogen zwarte snavel, bij het vrouwtje iets langer dan bij het mannetje. Bovendelen glanzend groen, keel en bovenborst glinsterend smaragdgroen, met daaronder een kleine, helderblauwe vlek midden op de borst. Buik zwartachtig, staart blauwzwart. In schaduw lijkt de vogel geheel donker en is de blauwe borstvlek vaak niet te zien. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, met een minder glanzende keel.
Verwarringssoorten
De granaatkolibrie Eulampis jugularis is even groot, maar heeft een zwart lichaam, een granaatrode keel en groene vleugeldekveren. De antilliaanse kuifkolibrie Orthorhyncus cristatus is veel kleiner, met een korte rechte snavel en een kuif. Op Puerto Rico verschillen de groene mango Anthracothorax viridis en de Puerto Ricaanse mango (Anthracothorax aurulentus, zie de hispaniolamango) door de witte puntjes aan de buitenste staartpennen of een groene keel boven zwarte onderdelen zonder blauwe borstvlek. De blauwkopkolibrie Riccordia bicolor heeft een rechte snavel en een blauwe kop bij het mannetje.
Leefgebied
Tuinen, parken, kustbos en kuststruweel, droog en halfgroen bos, plantages en bosranden; op de meeste eilanden vooral van zeeniveau tot de lagere hellingen, op Dominica vooral in de heuvels. Op Martinique ook in drogere terreinen. Komt veel bij bloeiende bomen en struiken, zoals sierplanten in tuinen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Standvogel van het oosten van Puerto Rico (met Culebra en Vieques) over de Amerikaanse en Britse Maagdeneilanden en de hele boog van de Kleine Antillen tot Grenada en Barbados; de vogels van Grenada behoren tot een eigen ondersoort. In het westen van Puerto Rico schaars. Enkele waarnemingen elders, zoals op Trinidad en Tobago, betreffen hooguit zwervers. Komt buiten het gebied niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Vrijwel overal binnen het verspreidingsgebied in tuinen met bloeiende struiken en bij voerflessen, ook in de kustplaatsen. Het beste is een zittende vogel in zonlicht te bekijken: dan pas licht de blauwe borstvlek op.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort is algemeen en profiteert van tuinen en aanplant. Na zware orkanen kunnen de aantallen lokaal tijdelijk dalen.
Wetenschappelijke naam
Eulampis holosericeus | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Trochilus holosericeus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Eulampis werd in 1831 ingevoerd door Boie. Eulampis is Grieks, van eu 'fraai, goed' en lampis 'lamp, fakkel': 'fraai stralend', naar het glanzende verenkleed. holosericeus combineert Grieks holos 'geheel' en Latijn sericeus 'zijdeachtig': 'geheel zijdeachtig', naar het glanzende verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kleine Antillen.





