Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Grote bonte buizerd

Grote bonte buizerd | Pseudastur albicollis

White Hawk | Aguililla blanca

De grote bonte buizerd is een wit-zwarte bosbuizerd met brede, ronde vleugels. Hij zweeft vaak boven het kronendak van heuvelbos, waar het witte lichaam van ver zichtbaar is. Binnen het gebied broedt hij alleen in het bergbos van Trinidad.

Grote bonte buizerd (Pseudastur albicollis)
Foto: Aitor — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een klagend, hees kerwiie, gegeven vanaf een zitplaats of in vlucht boven het bos.

Luister: ZangXC830191

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

46–56 cm; het vrouwtje is groter dan het mannetje. Brede, ronde vleugels en een korte staart. Kop, lichaam en ondervleugeldekveren zijn wit; de bovenvleugel is grotendeels zwart, met witte vlekken op de dekveren, en de handpennen hebben zwarte punten, wat van onder een zwarte achterrand aan de vleugelpunt geeft. De staart is zwart met een brede witte band en een witte punt. Snavel donker met grijze snavelbasis, poten geel. Jonge vogels hebben meer zwarte vlekken op de bovendelen en donker gestreepte, witachtige onderdelen.

Verwarrings­soorten

Binnen het gebied geen vergelijkbare soort. De grijskopwouw Leptodon cayanensis heeft een grijze kop en een witte onderkant, maar een donkere rug, een gebandeerde staart en gebandeerde ondervleugels. De visarend Pandion haliaetus is wit van onder, maar heeft lange, geknikte vleugels, een donkere oogstreep en een bruine rug.

Leefgebied

Vochtig laagland- en heuvelbos en bergregenwoud, bosranden en open plekken in het bos, ook oud secundair bos. Jaagt vanaf een beschutte zitplaats onder het kronendak, vooral op slangen en hagedissen, daarnaast op kikkers, grote insecten, krabben en kleine zoogdieren. Zweeft op de middag vaak in thermiek boven het bos.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Trinidad een standvogel van het Northern Range, waar hij in het beboste deel van de bergketen vrij geregeld wordt gezien; elders op het eiland zelden. Niet op Tobago. Buiten het gebied van het zuiden van Mexico door Midden-Amerika en het noorden van Zuid-Amerika tot in Bolivia en Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het Northern Range, bijvoorbeeld langs de Blanchisseuse Road en vanaf uitkijkpunten over het bos bij Arima, op heldere ochtenden en rond het middaguur, wanneer vogels boven de hellingen zweven. Een witte roofvogel met zwarte vleugelpunten en een zwarte staart met witte band boven het bos is vrijwel zeker deze soort.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is afhankelijk van aaneengesloten bos en verdwijnt waar bos sterk versnipperd raakt. Op Trinidad is het Northern Range nog grotendeels bebost.

Wetenschappelijke naam

Pseudastur albicollis | (Latham, 1790) (GBIF: Leucopternis albicollis)

Latham beschreef de soort in 1790 als Falco albicollis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pseudastur werd in 1849 ingevoerd door Gray. Pseudastur is Grieks-Latijn, van pseudos 'vals' en Astur, een oude geslachtsnaam voor de havik: 'valse havik'. albicollis is Latijn, van albus 'wit' en collum 'hals': 'witgehalsd', naar de witte kop en hals. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.