Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Guadeloupezanger

Guadeloupezanger | Setophaga plumbea

Plumbeous Warbler | Reinita plúmbea

De Guadeloupezanger is een grijze, ingetogen getekende zanger die alleen op Guadeloupe met de bijbehorende eilanden en op Dominica voorkomt. De Engelse naam Plumbeous Warbler, 'loodgrijze zanger', beschrijft het kleed. Hij is in zijn kleine gebied algemeen en houdt zich vooral in de lagere lagen van het bos op.

Guadeloupezanger (Setophaga plumbea)
Foto: https://www.flickr.com/photos/40167965@N05 — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang bestaat uit drie tot twaalf trage, gefloten tonen, waarvan de eerste drie op dezelfde toonhoogte liggen. De roep is een droge, ratelende reeks.

Luister: RoepXC971329

Opname: Étienne Leroy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–14 cm. De bovendelen zijn egaal grijs, met een witte wenkbrauwstreep en een witte vlek onder het oog. De vleugel draagt twee witte vleugelstrepen, de buitenste staartpennen hebben witte vlekken. De onderdelen zijn lichter grijs, met een witte buik en wit midden van de borst. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn groenig grijs van boven en geelbruin van onder, met een vagere wenkbrauwstreep.

Verwarrings­soorten

Het vrouwtje van de blauwe zwartkeelzanger Setophaga caerulescens, een schaarse wintergast, is olijfbruin met één kleine witte vleugelvlek in plaats van twee vleugelstrepen. De brilparulazanger Setophaga americana heeft eveneens grijze bovendelen en vleugelstrepen, maar een gele keel en borst en een groene vlek op de mantel. Andere inheemse zangers op Guadeloupe en Dominica zijn geel getekend.

Leefgebied

Vooral vochtig bergbos en halfgroen bos, maar ook droger bos, struweel en mangrove, van zeeniveau tot ongeveer 900 m. Foerageert in de ondergroei en de middelste laag van het bos, vaak laag, naar insecten en andere ongewervelden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Guadeloupe (Basse-Terre en Grande-Terre), Marie-Galante en Les Saintes, en op Dominica. Buiten deze eilanden komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Guadeloupe de bospaden in het Parc national de la Guadeloupe op Basse-Terre, op Dominica de bospaden in het binnenland, zoals het Syndicate Nature Trail. Het bos aan beide kanten van een pad in de vroege ochtend is het beste; de trage fluittonen wijzen de vogel aan.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort komt in een breed scala aan bostypen voor en is binnen haar kleine gebied vrij algemeen; orkanen kunnen tijdelijk grote schade aan het leefgebied aanrichten.

Wetenschappelijke naam

Setophaga plumbea | (Lawrence, 1877)

Lawrence beschreef de soort in 1877 als Dendroeca plumbea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Setophaga werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Setophaga is Grieks, van sēs, sētos 'mot' en -phagos 'etend': 'motteneter'. plumbea is Latijn voor 'loodkleurig', naar het grijze verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Dominica.