Alle soorten › Trogonachtigen › Trogons › Guyanatrogon

Guyanatrogon | Trogon violaceus

Guianan Trogon | Trogón violáceo

De Guyanatrogon is de kleinste trogon van Trinidad en, net als de groenrugtrogon, een trogon met een gele buik. In het Caribisch gebied komt hij alleen op Trinidad voor, waar hij vrij algemeen is. Hij werd vroeger als ondersoort van de violette trogon beschouwd, maar wordt nu door de meeste lijsten als aparte soort zonder ondersoorten erkend. Hij foerageert vaker dan de groenrugtrogon mee met gemengde groepen.

Guyanatrogon (Trogon violaceus)
Foto: Paul Prior — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lange reeks snelle, holle, dalende fluittonen, kjoe-kjoe-kjoe-kjoe-kjoe, sneller en gelijkmatiger dan de versnellende reeks van de groenrugtrogon. Daarnaast rollende, tetterende roepjes.

Luister: ZangXC837646

Opname: Ricardo Gagliardi — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

23–25 cm. Het mannetje heeft een violetblauwe kop en borst met een zwart masker en zwarte keel, en een kale, lichtgele huid rond het oog. Een smalle witte band scheidt de borst van de heldergele buik. De bovendelen zijn metaalglanzend groen, de vleugel lijkt door fijne zwart-witte tekening donker grijsbruin. De onderstaart is fijn zwart-wit gebandeerd met brede witte punten. Het vrouwtje is donkergrijs op kop en bovendelen, met witte boogjes boven en onder het oog, een dicht gebandeerde vleugel en een doffere gele buik met grijze flanken.

Verwarrings­soorten

De groenrugtrogon Trogon viridis is groter. Het mannetje heeft een lichtblauwe oogring en een grotendeels witte onderstaart; het vrouwtje heeft een lichtblauwe in plaats van onderbroken witte oogring. De gekraagde trogon Trogon collaris heeft een rode buik, een witte borstband en, bij het mannetje, een groene kop.

Leefgebied

Halfopen landschap: randen en open plekken in primair bos, jong secundair bos, cacao- en koffieplantages en vochtig laaglandbos. Eet vruchten en geleedpotigen, die hij al fladderend pakt na een korte uitval van een tak, en sluit zich vaak aan bij gemengde foerageergroepen. Graaft een nestholte in een wespen-, mieren- of termietennest, in rot hout of in een kluit varenwortels.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen op Trinidad, waar hij algemeen is in de Northern Range en elders in het bos. Op Tobago en de overige eilanden komt hij niet voor; een enkele GBIF-melding van de Bahama's betreft vrijwel zeker een fout. Daarbuiten is het een standvogel van het oosten van Venezuela, de Guyana's en het aangrenzende noorden van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Rond het Asa Wright Nature Centre in de Arima-vallei is hij vaak dicht bij gebouwen en parkeerplaatsen te zien. De snelle reeks kjoe-tonen wijst de weg; bij een geelbuikige trogon geeft de kleur van de oogring (geel of wit onderbroken tegenover lichtblauw) het snelste uitsluitsel.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Op Trinidad algemeen; elders in zijn verspreidingsgebied plaatselijk algemeen tot schaars.

Wetenschappelijke naam

Trogon violaceus | Gmelin, 1788

Gmelin beschreef de soort in 1788 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Trogon werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Trogon is Grieks, van trōgōn 'knagend, vruchten etend'. violaceus is Latijn voor 'violet', naar de violetblauwe kop en borst van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Suriname (later aangewezen).