Alle soorten › Zangvogels › Zwaluwen › Holenzwaluw
Holenzwaluw | Petrochelidon fulva
Cave Swallow | Golondrina pueblera
De holenzwaluw is de algemene broedzwaluw van de Grote Antillen: talrijk op Puerto Rico, Hispaniola en Jamaica, en in het broedseizoen op Cuba. Hij nestelt in kolonies in grotten, zinkgaten, onder bruggen en dakranden. Op de Grote Antillen worden meestal enkele vormen onderscheiden, die onderling weinig verschillen; de Cubaanse vogels broeden sinds de jaren tachtig ook in het zuiden van Florida.
Geluid
Een helder, nasaal tsjee, en een zang van piepende tonen die overgaan in een gevarieerd, kwetterend gebabbel. Rond de kolonie veel gekwetter.
Opname: Andrew Spencer — CC BY-NC-SA 3.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
12–14 cm, gedrongen, met een vierkante of licht ingekeepte staart. Kruin en rug zijn donker blauwzwart, met lichte strepen op de rug. Het voorhoofd is kaneelbruin; wangen, keel en zijkant van de hals zijn bleek oker tot roestbruin. Borst en flanken zijn okerbruin, de buik lichter. De stuit is roestbruin tot donker kaneelkleurig. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn doffer en bruiner.
Verwarringssoorten
De Amerikaanse klifzwaluw Petrochelidon pyrrhonota, een schaarse doortrekker, heeft meestal een wit voorhoofd, een donker kastanjebruine keel met een zwarte vlek en een blekere stuit. De boerenzwaluw Hirundo rustica heeft een diep gevorkte staart, een donkere stuit en een donkere band onder de keel. De goudzwaluw Tachycineta euchrysea en de Caribische purperzwaluw Progne dominicensis hebben witte onderdelen en geen roestbruine stuit.
Leefgebied
Open land, weilanden, akkers, kust, mangrove, moerassen en bebouwd gebied, van zeeniveau tot in de bergen, vaak in kalksteengebied met grotten. Jaagt in groepen op vliegende insecten. Broedt in kolonies; het nest is een open kom van modder, soms met vleermuisguano, tegen de wand van een grot of zinkgat, onder een brug, in een duiker of onder een dakrand. Op Puerto Rico wordt het hele jaar door gebroed, met een piek in juni.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Standvogel op Jamaica, Hispaniola (Haïti en de Dominicaanse Republiek) en Puerto Rico, waar hij algemeen is; op Vieques vooral doortrekker. Op Cuba en Isla de la Juventud vooral zomergast, in de winter grotendeels afwezig. Op de Bahama's, de Kaaimaneilanden en de Maagdeneilanden een zeldzame gast; meldingen van de Kleine Antillen en de ABC-eilanden zijn zeldzaam. Buiten het gebied in Zuid-Florida, het zuiden van de Verenigde Staten en Mexico.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Puerto Rico vrijwel overal in het laagland, onder meer bij bruggen, wegduikers en grotten in het karstgebied in het noorden van het eiland. Bij een zwaluw met een vierkante staart en een roestbruine stuit zijn de kleur van keel en voorhoofd de kenmerken om een klifzwaluw uit te sluiten.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort gebruikt bruggen, duikers en gebouwen als nestplaats en de aantallen nemen toe.
Wetenschappelijke naam
Petrochelidon fulva | (Vieillot, 1808)
Vieillot beschreef de soort in 1808 als Hirundo fulva; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Petrochelidon werd in 1851 ingevoerd door Cabanis. Petrochelidon komt van het Griekse petros, 'rots', en khelidōn, 'zwaluw' — naar de gewoonte van klifzwaluwen om hun modderkommetjes tegen rotswanden te bouwen. fulva is Latijn voor 'roodgeel, taankleurig', naar de warmbruine keel en stuit. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Santo Domingo (Hispaniola).






