Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Jacarinagors

Jacarinagors | Volatinia jacarina

Blue-black Grassquit | Semillero brincador

De jacarinagors is een kleine, zaadetende tangare van grasland en ruigte, vooral bekend om de baltsvlucht van het mannetje: vanaf een stengel of draad springt het steeds opnieuw een stukje de lucht in en valt dan terug, met een zoemende roep. Op Trinidad heet hij daarom johnny jump-up. In het Caribisch gebied leeft hij op Trinidad, Tobago en Grenada.

Jacarinagors (Volatinia jacarina)
Foto: Liberty turtera — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje geeft bij elke sprong een zoemend, wat sissend dzie-uu of ie-slik, vaak langdurig herhaald. Verder een droog, zacht tsjip.

Luister: ZangXC1152497

Opname: Tristan Guillebot de Nerville — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm, met een korte, spitse, kegelvormige snavel. Het mannetje in broedkleed is geheel zwart met een blauwe glans; vleugels en staart zijn dof zwart. Een witte vlek op de ondervleugel is meestal alleen in de vlucht of bij het springen te zien. Buiten het broedseizoen is het mannetje bruin met zwarte vlekken. Het vrouwtje is warm bruin van boven met vage donkere strepen, en warm geelbruin van onder met een band van donkere strepen over de borst. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, met sterkere streping van onder.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de maskergrondvink Melanospiza bicolor heeft een zwart gezicht en zwarte borst maar een olijfgrijze rug en geen blauwe glans; het vrouwtje is egaal olijfgrijs en ongestreept. De zwartborstgrondvink Asemospiza fuliginosa is groter en dof roetgrijs. Dikbekjes, zoals het witsterdikbekje Sporophila lineola en het geelbuikdikbekje Sporophila nigricollis, hebben een korte, dikke, ronde snavel; hun vrouwtjes zijn ongestreept.

Leefgebied

Grazige ruigte, savanne, weilanden, akkerranden, braakliggend terrein, wegbermen en droog struweel in het laagland. Mijdt gesloten bos. Eet vooral graszaden, die hij op de grond of van de aren pakt, en in het broedseizoen ook insecten. Het nest is een klein kommetje laag in gras of een struik.

Verspreiding en trek

Algemene standvogel op Trinidad, Tobago en Grenada. Op Bonaire en Curaçao zijn enkele waarnemingen, als zeldzame gast. Buiten het gebied van het noorden van Mexico door Midden-Amerika en over een groot deel van Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië en Chili.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het regenseizoen op vrijwel elk grazig braakliggend terrein en langs wegbermen, waar baltsende mannetjes op paaltjes en draden zitten en steeds omhoog springen. Vrouwtjes zijn vaak alleen op te merken als ze opvliegen uit het gras.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Een wijdverbreide soort die profiteert van ontbossing, weilanden en andere open, door de mens gemaakte terreinen.

Wetenschappelijke naam

Volatinia jacarina | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Tanagra jacarina; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Volatinia werd in 1850 ingevoerd door Reichenbach. Volatinia is een verkleinwoord van het Latijnse volatus 'vlucht, het vliegen', naar de korte sprongvluchtjes waarmee het mannetje baltst. jacarina komt uit het Tupí, waar het een naam was voor een soort vinkje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Noordoost-Brazilië.