Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Jamaicaanse elenia

Jamaicaanse elenia | Myiopagis cotta

Jamaican Elaenia | Fiofío jamaicano

De Jamaicaanse elenia is een kleine, olijfgroene tiran die alleen op Jamaica voorkomt. Hij leeft in het vochtige bos van het middengebergte en de kalksteenheuvels en wordt door zijn effen kleed en zijn gewoonte om stil in het blad te zitten vaak over het hoofd gezien. Hij hoort tot het geslacht Myiopagis en is daarmee niet nauw verwant aan de Blue Mountain-elenia, die op hetzelfde eiland leeft.

Jamaicaanse elenia (Myiopagis cotta)
Foto: dominic sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Hoge, snelle reeksen dunne tonen, zoals ti-si-si-sip. De roep is hoog en ijl en valt in het geluid van het bos niet sterk op.

Luister: ZangXC877745

Opname: Bobby Wilcox — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm, klein en slank, met een ronde kop en een kort, smal snaveltje. De bovendelen zijn groenig olijf, de kop iets donkerder, met verlengde kruinveren die een helder oranjegele kruinvlek grotendeels bedekken. Vleugels en staart zijn donker olijf, de slagpennen met gele randen, maar zonder duidelijke vleugelstrepen. De onderdelen zijn witachtig tot lichtgeel, de buik het geelst. De seksen zijn gelijk; jonge vogels missen de kruinvlek en zijn van onder grijzer met een gelere buik.

Verwarrings­soorten

De Blue Mountain-elenia Elaenia fallax is groter, bruiner olijf en heeft twee duidelijke witte vleugelstrepen en een lichte oogring. De Jamaicaanse vireo Vireo modestus heeft wel vleugelstrepen, een dikkere snavel en een licht oog. De Jamaicaanse piewie Contopus pallidus is donkerder, zit rechtop op een uitkijkpost en vliegt van daaruit naar insecten.

Leefgebied

Vochtig en halfgroen bos op middelhoogte, vooral het kalksteenbos van de Cockpit Country en de bossen van de Blue Mountains en John Crow Mountains, plaatselijk ook in het laagland en in sterk aangetast voormalig bos. Jaagt van de onderlaag tot in de kruinen op insecten, die het van bladeren pikt of in een korte vlucht vangt; eet ook vruchten. Het nest is een stevig napje van plantenmateriaal, verborgen in het blad.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Endemisch op Jamaica, verspreid over de beboste heuvels en bergen van het eiland, met de grootste aantallen in de Cockpit Country en het oosten. Elders komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Bekende plekken zijn de John Crow Mountains langs de Ecclesdown Road, de Blue Mountains bij Hardwar Gap en de randen van de Cockpit Country. De hoge roep is het beste aanknopingspunt; daarna geduldig het blad afzoeken naar een kleine vogel zonder vleugelstrepen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar de aantallen nemen af door het verdwijnen van bos. De soort is gebonden aan het resterende bos in heuvels en bergen.

Wetenschappelijke naam

Myiopagis cotta | (Gosse, 1849)

Gosse beschreef de soort in 1849 als Elania cotta; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myiopagis werd in 1888 ingevoerd door Salvin & Godman. Myiopagis is Grieks, van muia 'vlieg' en pagis 'val, strik': 'vliegenval'. cotta verwijst vermoedelijk naar Cotta Wood bij de Grand Vale Mountain in westelijk Jamaica, waar Gosse het typeexemplaar verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.