Alle soorten › Koekoeksvogels › Koekoeken › Jamaicaanse hagedissenkoekoek

Jamaicaanse hagedissenkoekoek | Coccyzus vetula

Jamaican Lizard Cuckoo | Cuco lagartero jamaicano

De Jamaicaanse hagedissenkoekoek is de kleinste van de vier Antilliaanse hagedissenkoekoeken, langgestaarte koekoeken met een lange, vrijwel rechte snavel die zich grotendeels met hagedissen voeden. Hij komt alleen op Jamaica voor en heeft er een reeks volksnamen, waaronder Old Woman Bird, Ring Tail, Sawdering en Rain Bird. Hij leeft verspreid over het hele eiland, van de kust tot in de bergen.

Jamaicaanse hagedissenkoekoek (Coccyzus vetula)
Foto: dominic sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een snel, laag kak-kak-kak-ka-ka-ka-k-k, dat in een ratel overgaat. De roep van de Jamaicaanse regenkoekoek lijkt erop, maar begint traag en is heser.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.

Herkenning

38–40 cm, waarvan ongeveer de helft staart. De snavel is lang, recht en vrij hoekig, met een zwarte bovensnavel en een lichtere ondersnavel; rond het oog zit rode naakte huid. Voorhoofd, kruin tot onder het oog en nek zijn bruin, de overige bovendelen grijsachtig. De handpennen zijn roodbruin en vallen vooral in vlucht op. De keel is witachtig, de rest van de onderdelen roodbruin, lichter naar de onderstaartdekveren toe. De staartpennen zijn grijs met brede witte punten; het middelste paar heeft een zwarte band voor de punt. Jonge vogels hebben smallere staartpennen en lichte topjes aan de armpennen.

Verwarrings­soorten

De Jamaicaanse regenkoekoek Coccyzus pluvialis is groter en zwaarder, met een zware, gebogen zwartachtige snavel, een lichtgrijze borst, een donker roodbruine buik en een zwarte staart met paarse glans. De mangrovekoekoek Coccyzus minor is kleiner, met een zwart masker, een gebogen snavel met gele ondersnavel en een okerkleurige onderzijde. De geelsnavelkoekoek Coccyzus americanus is van onderen wit.

Leefgebied

Vooral groenblijvend laaglandbos, maar ook droog loofbos, het bos van de kalksteenheuvels, open bosland en halfdroge landschappen met struweel, van zeeniveau tot 1200 m. Zoekt zijn voedsel langzaam springend en klauterend door takken en ranken. Eet vooral anolissen en andere hagedissen, verder volwassen insecten en larven, muizen, jonge vogels en soms boomkikkers; de jongen worden vooral met hagedissen gevoerd. De broedtijd loopt meestal van maart tot augustus; beide ouders broeden en verzorgen de jongen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Jamaica, verspreid over het hele eiland van zeeniveau tot ongeveer 1200 m. Buiten Jamaica komt de soort niet voor. De andere hagedissenkoekoeken leven op Cuba en de Bahama's, op Hispaniola en op Puerto Rico.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In vrijwel elk bosgebied op Jamaica, van droog kustbos tot de vochtige heuvels van het binnenland en Cockpit Country. Een vogel die zich zonder haast door een boom werkt en af en toe een hagedis van een tak grist, verraadt zich vaak door de bewegingen van de lange staart. De witte keel en de lange, rechte snavel onderscheiden hem van de Jamaicaanse regenkoekoek.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Het verspreidingsgebied is klein en de omvang van de populatie is niet bekend; aangenomen wordt dat de aantallen afnemen. De soort komt ook in secundair bos, droog bos en halfopen landschap voor.

Wetenschappelijke naam

Coccyzus vetula | (Linnaeus, 1758) (GBIF: Saurothera vetula)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Cuculus Vetula; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Coccyzus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Coccyzus is Grieks, van kokkuzō 'koekoek roepen', naar de roep van de koekoek. vetula is Latijn voor 'oud vrouwtje', een verkleinvorm van vetus 'oud'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.