Alle soorten › Koekoeksvogels › Koekoeken › Puerto Ricaanse hagedissenkoekoek

Puerto Ricaanse hagedissenkoekoek | Coccyzus vieilloti

Puerto Rican Lizard Cuckoo | Cuco lagartero puertorriqueño

De Puerto Ricaanse hagedissenkoekoek is een grote, langgestaarte koekoek die alleen op Puerto Rico voorkomt. Op het eiland heet hij pájaro bobo mayor, ter onderscheiding van de kleinere mangrovekoekoek, de pájaro bobo menor; daarnaast hoort hij bij namen als pájaro de lluvia, naar het volksgeloof dat zijn roep regen voorspelt. Zijn voedsel bestaat grotendeels uit hagedissen, vooral anolissen.

Puerto Ricaanse hagedissenkoekoek (Coccyzus vieilloti)
Foto: JeffreyGammon — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een harde, nadrukkelijke reeks ka-ka-ka-ka-tonen, die geleidelijk sneller en luider wordt. De vogel roept vaker dan hij zich laat zien, en zijn roep is in de bossen van het eiland een vertrouwd geluid.

Luister: ZangXC308514

Opname: Ross Gallardy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

40–48 cm, waarvan ongeveer de helft staart. De snavel is lang en licht gebogen, met een zwarte bovensnavel en een gele ondersnavel met zwarte punt; rond het oog zit rode naakte huid. De bovendelen zijn egaal grijsbruin, keel en borst grijs, buik en onderstaartdekveren okerbruin. De staart is van boven grijsbruin, van onderen grijsbruin en naar de grote witte punten toe zwart. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels hebben een kaneelkleurige zweem op de borst, minder zwart onder de staart en een oranjerode oogring.

Verwarrings­soorten

De mangrovekoekoek Coccyzus minor is veel kleiner, met een zwart masker door het oog, een okerkleurige keel en borst en geen rode huid rond het oog. De geelsnavelkoekoek Coccyzus americanus is eveneens veel kleiner, van onderen wit en heeft een roodbruin vlak in de handpennen. Andere hagedissenkoekoeken komen op Puerto Rico niet voor.

Leefgebied

Halfopen bosland, dicht bergbos, droog kustbos en moerasbos, en daarnaast schaduwkoffieplantages en de beboste kalksteenheuvels in het noorden van het eiland; het talrijkst tussen zeeniveau en 900 m. Zit lange tijd roerloos en jaagt sluipend, klauterend langs takken of lopend over de grond, in de middelste en hogere lagen van het bos, maar ook in de ondergroei. Eet vooral anolissen, verder volwassen insecten en larven, eieren en soms kikkers. Het nest is een losse takkenschotel in een boom of grote struik; het legsel telt twee of drie eieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Puerto Rico, verspreid over het hele hoofdeiland, van het droge zuiden tot het vochtige bergland van het oosten en het kalksteengebied van het noorden. Buiten Puerto Rico komt de soort niet voor; de verwante hagedissenkoekoeken leven op Hispaniola, Jamaica, Cuba en de Bahama's.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Goede plaatsen zijn het droge bos van Guánica, de bossen van Guajataca en Vega in het kalksteengebied, en het gebied rond het bezoekerscentrum El Portal in El Yunque. De roep geeft de aanwezigheid snel prijs, maar de vogel zelf kan lang onzichtbaar blijven; een roerloos zittende vogel valt vaak pas op wanneer hij met de lange staart wipt of over een open plek glijdt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is op Puerto Rico wijdverbreid en de aantallen gelden als stabiel. Omdat hij ook secundair bos en schaduwkoffie bewoont, profiteert hij van het herstel van bos dat sinds het midden van de twintigste eeuw op het eiland heeft plaatsgevonden.

Wetenschappelijke naam

Coccyzus vieilloti | (Bonaparte, 1850) (GBIF: Saurothera vieilloti)

Bonaparte beschreef de soort in 1850 als Saurothera vieilloti; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Coccyzus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Coccyzus is Grieks, van kokkuzō 'koekoek roepen', naar de roep van de koekoek. vieilloti eert de Franse ornitholoog Louis Pierre Vieillot (1748–1830). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Antillen (niet nader bepaald).