Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Jamaicaanse troepiaal
Jamaicaanse troepiaal | Nesopsar nigerrimus
Jamaican Blackbird | Zanate jamaicano
De Jamaicaanse troepiaal is de enige soort van het geslacht Nesopsar en komt alleen voor in de natte bergbossen van Jamaica. Hij leeft van insecten en andere kleine dieren die hij uit bromelia's, mos en losse schors haalt, en vult zo de plaats in die elders door spechten en andere stamklimmers wordt ingenomen. Op Jamaica heet hij wild-pine sergeant, naar de bromelia's (wild pines) waarin hij foerageert.
Geluid
Beide seksen zingen een luid, piepend en zoemend lied, dat vaak in een korte vlucht wordt voorgedragen. De gewone roep is een scherp tsjek.
Opname: George Wagner — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
18 cm, een kleine, geheel zwarte troepiaal met een zwakke blauwe glans, een korte, vaak gerafelde staart en een spitse, rechte zwarte snavel. De ogen zijn donkerbruin, de poten zwart, met lange nagels. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn doffer en bruiniger zwart.
Verwarringssoorten
De Antilliaanse troepiaal Quiscalus niger is groter, heeft een geel oog en een lange, kielvormige staart en leeft in open terrein, dorpen en weilanden, niet in gesloten bergbos. Het mannetje van de glanskoevogel Molothrus bonariensis, op Jamaica zeldzaam, heeft een kortere, kegelvormige snavel, een purperen glans en foerageert op de grond in open terrein. Het gedrag, klimmend langs stammen en wroetend in bromelia's, is bij de Jamaicaanse troepiaal kenmerkend.
Leefgebied
Vochtig bergbos, nevelwoud en elfenwoud met veel epifyten, mos en bromelia's op de bomen, en het natte kalksteenbos van Cockpit Country. Hij leeft vooral boven ongeveer 500 m en komt maar zelden lager. Hij foerageert klimmend langs stammen en dikke takken, met de staart als steun, en doorzoekt bromelia's, mos en schors op insecten, spinnen en kleine gewervelden. Het komvormige nest van mos en epifyten ligt op 6 tot 11 m hoogte.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Jamaica, in drie gescheiden gebieden: de Blue en John Crow Mountains in het oosten, Cockpit Country in het westen en het heuvelland in het midden van het eiland. Buiten Jamaica komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De bekendste plekken zijn de omgeving van Hardwar Gap en Holywell in de Blue Mountains en de bosweggen van Cockpit Country. Het luisteren naar de zang en naar geritsel in bromelia's is het beste aanknopingspunt; de vogel zit zelden stil in het zicht. Paren houden een vast territorium aan, zodat een eenmaal gevonden vogel vaak op dezelfde plek terug te vinden is.
Staat van instandhouding
Bedreigd. De populatie wordt geschat op 1500 tot 7000 vogels en neemt af. De soort is afhankelijk van ongestoord bergbos met grote, epifytenrijke bomen. Bedreigingen zijn ontbossing voor bauxietwinning, houtskoolproductie, koffieteelt, bosbouw met naaldhout en bebouwing.
Wetenschappelijke naam
Nesopsar nigerrimus | (Osburn, 1859)
Osburn beschreef de soort in 1859 als [Icterus] nigerrimus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Nesopsar werd in 1859 ingevoerd door Sclater. Nesopsar is Grieks, van nēsos 'eiland' (Jamaica) en psar 'spreeuw': 'eilandspreeuw'. nigerrimus is Latijn voor 'zeer zwart', overtreffende trap van niger, naar het geheel zwarte verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit lagere bergen van Jamaica.



