Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Kleine zilverreiger
Kleine zilverreiger | Egretta garzetta
Little Egret | Garceta común
De kleine zilverreiger is een reiger uit de Oude Wereld die in de twintigste eeuw op eigen kracht de Atlantische Oceaan overstak. Een van de eerste waarnemingen in de Nieuwe Wereld kwam in 1954 van Barbados, waar de soort sinds 1994 broedt; in 2008 werden ook op Antigua nesten gevonden. Buiten de Kleine Antillen en Trinidad en Tobago is het in het gebied een zeldzame gast, die tussen de veel talrijkere Amerikaanse kleine zilverreigers vaak over het hoofd wordt gezien.
Geluid
Meestal stil. In de kolonie krassende en borrelende geluiden; bij verstoring een schor kaark.
Opname: Julien Bottinelli — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
55–65 cm, slank en geheel wit, met een dunne zwarte snavel, zwarte poten en gele voeten. De teugel is buiten de balts blauwgrijs tot groengrijs en kleurt tijdens de balts kortstondig roodachtig. In de broedtijd draagt de vogel twee, soms drie, lange, smalle en rechte nekveren en lange rugpluimen. Jonge vogels lijken op volwassen vogels buiten de broedtijd, met doffere poten en voeten. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De Amerikaanse kleine zilverreiger Egretta thula is het grootste verwarringsrisico: die heeft een gele teugel, in de broedtijd een volle, ruige kuif van vele veren in plaats van twee lange nekveren, en een iets kortere snavel; jonge vogels hebben geel op de achterkant van de poten. De kleine blauwe reiger Egretta caerulea in het witte jeugdkleed heeft een grijsblauwe snavel met donkere punt en groenige poten. De westelijke rifreiger Egretta gularis, een zeer zeldzame dwaalgast uit West-Afrika, heeft een zwaardere, geelbruine snavel en komt ook in een donkere vorm voor.
Leefgebied
Kustlagunes, zoutpannen, getijdenslik, mangrove, zoetwatermoerassen en vijvers. Eet kleine vissen, kreeftachtigen en insecten, die al lopend of rennend in ondiep water worden gevangen. Broedt in gemengde reigerkolonies; op Antigua werden de nesten gevonden in een kolonie bij McKinnon's Salt Pond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Broedvogel op Barbados en Antigua. Daarnaast in kleine aantallen en vrij regelmatig op Guadeloupe, Saint Lucia, Grenada en Trinidad en Tobago, en onregelmatig op Martinique, Dominica en Saint Vincent. Op Trinidad en Tobago werd de soort tussen 1959 en 2001 tientallen keren gezien, het hele jaar door, zonder vastgesteld broedgeval. Op Puerto Rico, de Maagdeneilanden en de ABC-eilanden een zeldzame gast; verder naar het noorden en westen in het gebied uitzonderlijk. Buiten het gebied wijdverbreid in Europa, Afrika, Azië en Australië; in Amerika verder een zeldzame gast langs de Atlantische kust.
- Jaarrond
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Barbados is de beste plek. Bij elke groep witte reigers op de Kleine Antillen loont het om teugelkleur en kopveren te controleren; vooral buiten de broedtijd is de blauwgrijze teugel het bruikbaarste kenmerk tegenover de gele van de Amerikaanse kleine zilverreiger.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. De Caribische populatie is klein en afhankelijk van enkele broedplaatsen; die op Antigua lagen bij de ontdekking in onbeschermd gebied.
Wetenschappelijke naam
Egretta garzetta | (Linnaeus, 1766)
Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Ardea Garzetta; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Egretta werd in 1817 ingevoerd door Forster. Egretta komt van het Provençaalse aigrette, de naam voor de kleine zilverreiger, een verkleinvorm van aigron 'reiger'. garzetta is de Italiaanse naam voor deze reiger. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Oriënt.




