Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Louisianawaterlijster

Louisianawaterlijster | Parkesia motacilla

Louisiana Waterthrush | Reinita charquera de Luisiana

De louisianawaterlijster is de grotere, zuidelijkere van de twee waterlijsters en hoort bij stromend water: snelle beken en rivieren in heuvel- en bergland. Hij is een van de vroegste zangers die in het najaar aankomt, vaak al in juli of augustus, en vertrekt ook vroeg weer.

Louisianawaterlijster (Parkesia motacilla)
Foto: Paul Danese — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een luid, scherp tsjip, iets voller dan dat van de noordse waterlijster. De zang begint met enkele heldere, dalende fluittonen, gevolgd door een snel, warrig staartstuk.

Luister: ZangXC1184018

Opname: Jacob Saucier — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

14–16 cm, met een vrij zware snavel en felroze poten. Bovendelen egaal grijsachtig olijfbruin. Een brede, witte wenkbrauwstreep die achter het oog duidelijk breder wordt; vóór het oog vaak met een gelige tint. De keel is wit en meestal ongestreept. Borst en flanken met donkerbruine strepen; de flanken zijn roomkleurig tot warm okergeel en steken af tegen de witte buik. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De noordse waterlijster Parkesia noveboracensis is iets kleiner, met een smallere, vaak gelige wenkbrauwstreep die achter het oog niet breder wordt, een gestreepte keel en gelijkmatig gele of witte onderdelen met dichtere strepen. Ze wipt sneller op en neer, de louisianawaterlijster trager en meer zijwaarts. De ovenvogel Seiurus aurocapilla heeft een oogring en een oranje kruinstreep.

Leefgebied

Snelstromende, beschaduwde beken en rivieren in vochtig bos en bergbos, ook in kalksteengebied; minder vaak bij moerasbos en stilstaand water. Loopt langs de oever en over stenen in de stroom en zoekt waterinsecten, larven en andere kleine dieren. Op de Grote Antillen wordt hij ook langs wegen en paden met plassen gezien.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Vrij algemene wintergast op Cuba, Jamaica, Hispaniola (Haïti en de Dominicaanse Republiek) en Puerto Rico. Schaarser op de Bahama's, de Kaaimaneilanden en de Maagdeneilanden. In de Kleine Antillen zeldzaam tot schaars, met de meeste waarnemingen in het noorden van de eilandboog; zeer zeldzaam op Trinidad en Tobago en de ABC-eilanden. Broedt in het oosten van de Verenigde Staten en het uiterste zuidoosten van Canada en overwintert in Mexico, Midden-Amerika, het Caribisch gebied en het uiterste noorden van Zuid-Amerika.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste langs bergbeken in de bossen van Jamaica, Puerto Rico of de Dominicaanse Republiek, waar de vogel over de stenen loopt. Al vanaf augustus is de kans goed, wanneer de meeste andere Noord-Amerikaanse zangers nog niet zijn aangekomen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is afhankelijk van schone, beschaduwde beken; vervuiling, verzanding en ontbossing langs waterlopen tasten het leefgebied aan, zowel in het broed- als in het overwinteringsgebied.

Wetenschappelijke naam

Parkesia motacilla | (Vieillot, 1809)

Vieillot beschreef de soort in 1809 als Turdus motacilla; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Parkesia werd in 2008 ingevoerd door Sangster. Parkesia is genoemd naar de Amerikaanse ornitholoog Kenneth Carroll Parkes (1922–2007), lang conservator vogels van het Carnegie Museum. motacilla is Latijn voor 'kwikstaart', naar het voortdurende wippen met de staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kentucky.