Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Streepkopzanger

Streepkopzanger | Helmitheros vermivorum

Worm-eating Warbler | Reinita gusanera

De streepkopzanger is een effen gekleurde, vrij forse zanger met een gestreepte kop. Hij is gespecialiseerd in het doorzoeken van bundels dood blad die in struiken en de onderste takken blijven hangen. De Engelse naam verwijst naar de rupsen die hij eet, niet naar regenwormen.

Streepkopzanger (Helmitheros vermivorum)
Foto: Bettina Arrigoni — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een scherp tsjip, daarnaast een dun ziet-ziet in vlucht. De zang, in het broedgebied, is een droge, ratelende triller op één toonhoogte, die op het geluid van een insect lijkt.

Luister: ZangXC1038386

Opname: Bobby Wilcox — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm, gedrongen, met een vrij lange, puntige snavel en een korte staart. Bovendelen egaal olijfgrijs. De kop is warm geelbruin met vier zwarte strepen: twee brede kruinstrepen en twee oogstrepen. Onderdelen effen bleek geelbruin, naar de buik lichter, zonder strepen of vleugelstrepen. Poten roze. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Swainsons zanger Limnothlypis swainsonii heeft een egaal roestbruine kruin zonder zwarte strepen, een lichte wenkbrauwstreep en een donkere oogstreep, en vrijwel witte onderdelen. De ovenvogel Seiurus aurocapilla en de waterlijsters zijn gestreept op de onderdelen. Verder komt in het gebied geen zanger met zo'n gestreepte kop en effen onderdelen voor.

Leefgebied

Vochtig en halfgroen loofbos, kalksteenbos en bergbos met dichte ondergroei, ook droog bos en schaduwkoffieplantages. Zoekt in de onderste en middelste laag, waar hij zich aan dode bladeren vastklemt en ze met de snavel openwrikt op zoek naar rupsen, spinnen en andere ongewervelden. Trekt vaak mee met gemengde groepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Vrij schaarse wintergast op de Bahama's, Cuba, Jamaica, Hispaniola (Haïti en de Dominicaanse Republiek) en Puerto Rico; schaars op de Kaaimaneilanden en de Maagdeneilanden. In de Kleine Antillen, op Trinidad en Tobago en de ABC-eilanden zeldzaam tot dwaalgast. Broedt in het oosten van de Verenigde Staten en overwintert van het zuiden van Mexico tot Panama en op de Grote Antillen en de Bahama's.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste te vinden in gemengde groepen in vochtig bos op Jamaica, Cuba of Hispaniola, door te letten op een vogel die lang op één hangend dood blad blijft wrikken. De gestreepte kop is dan meestal zichtbaar.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De populatie is vrij stabiel. Verlies van bos in het overwinteringsgebied is de belangrijkste bedreiging.

Wetenschappelijke naam

Helmitheros vermivorum | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Motacilla vermivora; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Helmitheros werd in 1819 ingevoerd door Rafinesque. Helmitheros is Grieks, van helmis, helminthos 'worm' en thēraō 'jagen': 'wormenjager'. vermivorum is Latijn, van vermis 'worm' en -vorus 'etend': 'wormenetend'; de vogel eet in werkelijkheid vooral rupsen en andere insecten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Philadelphia, Pennsylvania (VS).