Alle soorten › Zangvogels › Mierklauwieren › Mangrovemiervogel

Mangrovemiervogel | Sclateria naevia

Silvered Antbird | Hormiguero plateado

De mangrovemiervogel is een grijs-witte miervogel van overstroomd bos en beekoevers, die laag bij het water leeft. In het gebied komt hij alleen op Trinidad voor, waar hij schaars en plaatselijk is. Ondanks de Nederlandse naam is het geen typische mangrovesoort: hij leeft vooral in zoetwatermoerasbos en langs bosbeken.

Mangrovemiervogel (Sclateria naevia)
Foto: Hector Bottai — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een lange, snelle triller van korte tonen die in kracht toeneemt en aan het eind steil daalt. Daarnaast korte pit-roepen en een lange, dalende fluittoon.

Luister: ZangXC1180178

Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

14–16 cm, met een lange, dunne snavel en een vrij korte staart. Het mannetje heeft een donkergrijze kruin, nek en bovendelen; vleugels en staart zijn zwartachtig grijs, met witte toppen aan de vleugeldekveren die twee rijen stippen vormen. Het gezicht is grotendeels donkergrijs met een lichtere wenkbrauwstreep. De onderdelen zijn grotendeels wit, met grijze schubben op de zijkanten. Het vrouwtje heeft hetzelfde patroon, maar is grijsbruin in plaats van grijs en heeft kaneelkleurige toppen aan de vleugeldekveren. Jonge mannetjes lijken op vrouwtjes.

Verwarrings­soorten

De witbuikmiervogel Myrmeciza longipes is roodbruin van boven, met een zwarte (mannetje) of okerkleurige (vrouwtje) borst, en leeft op de bosbodem van droger bos. De bosmiervireo Dysithamnus mentalis is kleiner, dikkoppiger en kortsnaveliger, met geel op de buik.

Leefgebied

De onderlaag en bodem van overstroomd en moerassig bos, vooral waar dichte begroeiing over het water hangt, en de oevers van bosbeken in het laagland. Foerageert laag bij het water, op omgevallen stammen, wortels en de modderige grond, op insecten en spinnen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Trinidad een zeldzame en plaatselijke standvogel van moerasbos in het laagland; het Nariva-moeras geldt als de beste plek. Op Tobago en elders in het gebied afwezig. Buiten het gebied over een groot deel van tropisch Zuid-Amerika ten oosten van de Andes, van Colombia en Venezuela tot Bolivia en Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Trinidad het best te zoeken in het Nariva-moeras, langs de randen van moerasbos en beken met overhangende begroeiing. De triller is meestal het eerste teken; de vogel zelf blijft laag en dicht bij het water.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied in Zuid-Amerika. De kleine populatie op Trinidad is afhankelijk van het behoud van moerasbos, dat plaatselijk wordt ontgonnen en drooggelegd.

Wetenschappelijke naam

Sclateria naevia | (Gmelin, 1788)

Gmelin beschreef de soort in 1788 als Sitta naevia; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sclateria werd in 1899 ingevoerd door Oberholser. Sclateria eert de Britse ornitholoog Philip Lutley Sclater (1829–1913). naevia is Latijn, van naevius 'gevlekt', naar de gespikkelde onderdelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Suriname.