Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Olijfrugspecht

Olijfrugspecht | Colaptes rubiginosus

Golden-olive Woodpecker | Carpintero olivo

De olijfrugspecht is een middelgrote, groengele specht die van Mexico tot in Argentinië voorkomt en in het gebied op Trinidad en Tobago leeft. Elk eiland heeft een eigen ondersoort: Colaptes rubiginosus trinitatis op Trinidad en de grotere, bronzer gekleurde Colaptes rubiginosus tobagensis op Tobago.

Olijfrugspecht (Colaptes rubiginosus)
Foto: Gary L. Clark — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een langgerekte, stijgende ratelende triller. Daarnaast een scherp kiek en een vloeiend djieh. Roffelt in korte roffels.

Luister: AlarmroepXC1163236

Opname: Paul Molina Abril — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

18–23 cm. De bovendelen zijn goudachtig olijfgroen met een bronzen waas, op Tobago sterker brons met roodachtige tinten. Voorhoofd en kruin zijn leigrijs, aan de zijkant omzoomd met rood, en de nek is rood. De wangen zijn lichtgrijs tot witachtig, de keel donker. De onderdelen zijn lichtgeel met dichte olijfkleurige bandering. Het mannetje heeft een brede rode baardstreep; het vrouwtje heeft alleen rood in de nek en een gestreepte baardstreep. De vogels van Tobago hebben een zwaardere snavel.

Verwarrings­soorten

De roodkruinspecht Melanerpes rubricapillus op Tobago heeft een zwart-wit gebandeerde rug, een lichte, ongebandeerde kop en borst en een rode kruin. De vaalkuifspecht Celeus elegans op Trinidad is groter en kastanjebruin. De grote zwarte spechten van Trinidad zijn door formaat en kleur direct te onderscheiden.

Leefgebied

Vochtig en halfgroen bos, bergbos en bosranden, ook secundair bos en plantages met schaduwbomen; op Tobago ook in droger bos. Zoekt in de middelste en hogere lagen langs stammen en takken naar mieren, keverlarven en andere insecten, en eet ook bessen. Hakt een nestholte in een dode boom of tak, op 1–18 m hoogte; beide ouders broeden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het gebied op Trinidad en Tobago, waar de soort op beide eilanden een vrij algemene standvogel is. Buiten het gebied van Mexico door Midden-Amerika en de Andes tot in het noordwesten van Argentinië, en in het noorden van Zuid-Amerika tot in de Guyana's.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Trinidad vooral in het bos van het Noordergebergte, op Tobago in het bos van de Main Ridge. De ratelende zang en het zachte tikken van foeragerende vogels verraden waar hij zit; de groene kleur valt in het blad weinig op.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied en past zich aan veel bostypen en halfopen landschappen aan.

Wetenschappelijke naam

Colaptes rubiginosus | (Swainson, 1820)

Swainson beschreef de soort in 1820 als Picus rubiginosus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Colaptes werd in 1825 ingevoerd door Vigors. Colaptes is Grieks kolaptēs 'beitelaar', van kolaptō 'hakken, beitelen', naar het hakken in hout. rubiginosus is Latijn voor 'roestkleurig', van rubigo 'roest', naar de rossige tinten van het verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Caracas, Venezuela.