Alle soorten › Zangvogels › Wevers › Oranje wever

Oranje wever | Euplectes franciscanus

Northern Red Bishop | Obispo anaranjado

De oranje wever is een kleine, gedrongen wever uit de savannegordel van Afrika ten noorden van de evenaar. In het Caribisch gebied stamt hij af van ontsnapte en vrijgelaten kooivogels. Op Puerto Rico is hij sinds 1971 bekend; op Jamaica ontsnapten in 1988 vogels uit een kooi die door orkaan Gilbert werd weggeblazen. Het broedende mannetje zet zijn oranjerode veren op en vliegt dan als een hommel laag over zijn territorium.

Oranje wever (Euplectes franciscanus)
Foto: KOUAGOU Damien — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang van het mannetje, vanaf een rietpluim of grashalm, is een monotoon, sissend en zoemend gekwetter, afgewisseld met droge tikken. De roep is een kort tsjip. Buiten de broedtijd zingt het mannetje weinig of niet.

Luister: ZangXC743458

Opname: Sun Madakan — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm, met een korte staart en een kegelvormige snavel. Het broedende mannetje heeft een zwart voorhoofd, gezicht en kruin en een zwarte buik; achterhoofd, nek, rug, keel, borst en de lange onder- en bovenstaartdekveren zijn oranjerood. Vleugels en staart zijn bruin, de snavel is zwart. Het vrouwtje en het mannetje buiten de broedtijd zijn bruin met zware donkere streping op de bovendelen, een lichte, okerkleurige wenkbrauwstreep en lichte onderdelen met fijne streping op borst en flanken; de snavel is dan hoornkleurig. Mannetjes kunnen in alle overgangskleden voorkomen.

Verwarrings­soorten

Vrouwtjes en vogels buiten de broedtijd zijn in het veld nauwelijks te onderscheiden van die van de napoleonwever Euplectes afer; gezelschap van broedmannetjes helpt bij de determinatie. Het vrouwtje van de dominicanerwida Vidua macroura heeft een rode snavel en een duidelijker gestreepte kop. De sprinkhaangors Ammodramus savannarum heeft een plattere kop, een spitsere snavel en een ongestreepte okerkleurige borst. Het mannetje van de tijgervink Amandava amandava is rood met witte stippen en heeft een rode snavel.

Leefgebied

Suikerrietvelden met grazige randen, hoog nat gras, riet langs water, rijstvelden en ruige graslanden in het laagland. Eet vooral graszaden. Het mannetje bouwt meerdere bolvormige nesten van gras in dicht riet of suikerriet, vaak bij water, en paart met meerdere vrouwtjes; alleen het vrouwtje broedt en voert de jongen.

Verspreiding en trek

Op Puerto Rico vrij schaars langs de noordkust, van San Juan tot Arecibo; op Vieques zeldzaam. Op Jamaica schaars, vooral in de suikerrietvelden bij Caymanas in St Catherine. Op Guadeloupe, waaronder Marie-Galante, en op Martinique ingevoerd en gevestigd. Van St. Croix zijn enkele waarnemingen bekend, en voor Barbados wordt de soort in de literatuur genoemd zonder recente meldingen. Op Cuba alleen een vrouwtje dat in 1959 bij Varadero werd verzameld, tevens de eerste wever voor het eiland. Van nature van Senegal tot Ethiopië en Oeganda; ook ingevoerd in Californië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Puerto Rico in de grazige randen van suikerrietvelden en natte graslanden langs de noordkust. Broedmannetjes zijn vooral te zien van mei tot augustus, als ze vanaf hoge halmen zingen en hun baltsvluchten maken.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het Caribisch gebied een exoot. Over effecten op inheemse soorten is weinig bekend.

Wetenschappelijke naam

Euplectes franciscanus | (Isert, 1789)

Isert beschreef de soort in 1789 als Loxia franciscana; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Euplectes werd in 1829 ingevoerd door Swainson. Euplectes verbindt Grieks eu 'fraai, goed' met Neolatijn plectes 'wever'. franciscanus is Nieuwlatijn voor 'franciscaan'; volgens Jobling een toespeling op de 'scharlakenrode' pijen van de franciscanen, hoewel die orde eigenlijk bruin of grijs droeg. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Accra, Ghana.