Alle soorten › Zangvogels › Wevers › Grote textorwever
Grote textorwever | Ploceus cucullatus
Village Weaver | Tejedor Común
De grote textorwever is een forse, gele wever uit Afrika ten zuiden van de Sahara. Op Hispaniola leeft hij al sinds de late achttiende eeuw; vermoedelijk is hij vanuit West-Afrika meegekomen. In de Dominicaanse Republiek heet hij madam sagá, in Haïti madan sara. De vogels broeden in luidruchtige kolonies, met soms tientallen hangende, geweven nesten in één boom.
Geluid
Bij de kolonie klinkt een aanhoudend gekwetter van korte, ratelende en sissende tonen. De zang van het mannetje is een rommelige reeks schorre noten die eindigt in een zoemend, hijgerig gefluit. De roep is een kort tsjak. Bij het baltsen hangt het mannetje onder zijn nest, met fladderende vleugels en zingend.
Opname: JJSUN — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
15–17 cm, gedrongen, met een zware, kegelvormige zwarte snavel en bij volwassen vogels een rood oog. Het broedende mannetje heeft een zwarte kop en keel, met een kastanjebruine rand op achterhoofd en halszijden. De mantel is geel met zwarte vlekken, de vleugels zijn zwart met gele randen, de staart olijfgroen en de onderdelen helder geel. Het vrouwtje is van boven olijfgroen met donkere streping op de rug, heeft een gele wenkbrauw en keel, een gelige borst en een witachtige buik; de vleugels zijn zwart met gele randen, zoals bij het mannetje. Het mannetje buiten de broedtijd lijkt op het vrouwtje, maar is grijzer op de rug. Jonge vogels zijn doffer, met een bruin oog.
Verwarringssoorten
Op Hispaniola is er geen andere wever. De Hispaniolatroepiaal Icterus dominicensis is eveneens zwart en geel, maar slanker, met een dunne, spitse snavel, een lange zwarte staart en een zwarte rug. Op Trinidad heeft het mannetje van de geelkaptroepiaal Chrysomus icterocephalus het omgekeerde patroon: een gele kop op een zwart lichaam. De gewone saffraangors Sicalis flaveola is kleiner, egaal geel met een oranje kruin en heeft geen zwart in de vleugel.
Leefgebied
Open land met grote bomen dicht bij de mens: dorpen, tuinen, parken, erven, akkers, rijstvelden en rivieroevers in het laagland. Eet vooral zaden, waaronder rijst en maïs, en daarnaast insecten. In de rijstteelt geldt de soort als plaag. Het mannetje weeft het nest van stroken palm- of grasblad, met de ingang aan de onderkant; kolonies hangen vaak in palmen, die daarbij deels kaal worden gestript.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Algemeen op Hispaniola, zowel in de Dominicaanse Republiek als in Haïti, vooral in het laagland. Op Martinique ingevoerd en gevestigd. Op Trinidad sinds ongeveer 2014 een kleine groep in de Caroni Rice Fields, met een enkele waarneming elders op het eiland. Voor Puerto Rico wordt in de literatuur een gevestigde populatie genoemd, maar recente waarnemingen ontbreken. Van nature in een groot deel van Afrika ten zuiden van de Sahara; ook ingevoerd op Mauritius en Réunion, in Venezuela en in Portugal.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de Dominicaanse Republiek vrijwel overal in het laagland, ook in steden en hotelparken. Kolonies zijn aan het geluid te vinden en hangen vaak in palmen langs wegen en bij dorpen. Op Trinidad is de Caroni Rice Fields de plek om naar de soort te zoeken.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het Caribisch gebied een exoot. Op Hispaniola algemeen en in de landbouw als schadelijk beschouwd; over effecten op inheemse vogels is weinig bekend.
Wetenschappelijke naam
Ploceus cucullatus | (Müller, 1776)
Müller beschreef de soort in 1776 als Oriolus cucullatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ploceus werd in 1816 ingevoerd door Cuvier, GLCFD. Ploceus is Grieks, van plokeus 'vlechter', van plekō 'vlechten', naar de geweven nesten. cucullatus is Latijn voor 'met kap', van cucullus, 'kap' — naar de zwarte kop van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.





