Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Roodborstlijster
Roodborstlijster | Turdus migratorius
American Robin | Zorzal robín
De Amerikaanse roodborstlijster is in Noord-Amerika een van de bekendste tuinvogels, maar bereikt het Caribisch gebied alleen bij uitzondering. In sommige winters verschijnen kleine groepen op de noordelijke Bahama's en op Cuba, vaak na koudegolven in het zuidoosten van de Verenigde Staten; in andere jaren ontbreekt de soort.
Geluid
In de winter vooral roepen: een snel tuk-tuk-tuk of piek-tuk-tuk bij onrust en een hoog, dun tsiep in vlucht. De zang, een reeks opgewekte, fluitende frasen van twee tot drie noten, is in het gebied zelden te horen.
Opname: Christian Kerihuel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
23–28 cm, een forse, rechtop staande lijster. De bovendelen zijn grijsbruin tot leigrijs, de kop donkerder, bij het mannetje zwartachtig. Boven en onder het oog staan witte vlekjes, de keel is wit met zwarte strepen. Borst en buik zijn egaal roodoranje, de onderbuik en onderstaart wit. De snavel is geel met een donkere punt, de poten zijn donker. Vrouwtjes zijn bleker, met een grijzere kop en een lichter oranje borst. Jonge vogels, die in het gebied niet te verwachten zijn, hebben een zwart gevlekte borst.
Verwarringssoorten
De westelijke roodpootlijster Turdus plumbeus is leigrijs met een gestreepte keel, maar heeft oranjerode poten en snavel en hooguit een oranjeachtige onderbuik, nooit een egaal roodoranje borst. De witkinlijster Turdus aurantius van Jamaica is grijs met een zwartachtige kop en oranje snavel en poten. Andere lijsters in het gebied missen de roodoranje onderdelen.
Leefgebied
In de winter in open terrein met bomen: gazons, golfbanen, parken, tuinen en bosranden, ook pijnbos. Zoekt op kort gras naar regenwormen en insecten en eet in de winter veel bessen en vruchten, vaak in groepjes bij vruchtdragende bomen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Zeldzame en onregelmatige wintergast op de noordelijke Bahama's (Grand Bahama, Abaco, New Providence) en op Cuba; als dwaalgast gemeld van onder meer Jamaica, Hispaniola, Puerto Rico en de Maagdeneilanden. Broedt in vrijwel heel Noord-Amerika tot in Mexico en overwintert van het zuiden van Canada tot Guatemala.
Hoe en wanneer kijken
Vooral na koudegolven in Florida, in december en januari, het meest kansrijk op golfbanen, gazons en bij vruchtdragende bomen op Grand Bahama, Abaco en in West-Cuba. Waarnemingen elders zijn het documenteren waard.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en een van de talrijkste vogels van Noord-Amerika. In het Caribisch gebied een dwaalgast en onregelmatige wintergast.
Wetenschappelijke naam
Turdus migratorius | Linnaeus, 1766
Linnaeus beschreef de soort in 1766 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Turdus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Turdus is het gewone Latijnse woord voor 'lijster'. migratorius is Latijn voor 'trekkend, zwervend', van migrare 'verhuizen', naar de trek van de noordelijke vogels. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Noord-Amerika.



