Alle soorten › Zangvogels › Puerto Ricotangare › Puerto Ricaanse tangare

Puerto Ricaanse tangare | Nesospingus speculiferus

Puerto Rican Tanager | Llorosa

De Puerto Ricaanse tangare is een bruin-witte bosvogel van de bergen van Puerto Rico en de enige soort van de familie Nesospingidae. Ondanks de naam is hij geen echte tangare; DNA-onderzoek plaatst hem in een eigen familie die alleen op Puerto Rico voorkomt. Groepen zijn luidruchtig en vormen vaak de kern van gemengde foerageergroepen. Op Puerto Rico heet hij llorosa.

Puerto Ricaanse tangare (Nesospingus speculiferus)
Foto: Wich’yanan (Jay) Limparungpatthanakij — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In groepen een hard tsjoep of tsjak, ook zachte zuchtende geluiden en een dun tsip-tsip-tsip. De zang in het broedseizoen is een lichte, snel gezongen reeks herhaalde tonen.

Luister: RoepXC520191

Opname: Nick Komar — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

18–20 cm, met een vrij lange staart en een stevige snavel. De bovendelen zijn olijfbruin, kruin en gezicht donkerder. De keel is zuiver wit, de rest van de onderdelen lichtgrijs tot wit met een vage donkere streping op de borst. Op de vleugel zit een witte vlek. Bij het mannetje is de bovensnavel bruinzwart en de ondersnavel wit; het vrouwtje heeft een geheel zwarte snavel. Onvolwassen vogels zijn bruinig op de onderdelen en missen de witte vleugelvlek.

Verwarrings­soorten

De witoogspotlijster Margarops fuscatus is groter, met een witte iris, een lichte snavel en geschubde onderdelen, en heeft geen witte vleugelvlek. De oostelijke roodpootlijster Turdus ardosiaceus is grijs, met rode poten en een rode oogring. De Puerto Ricaanse vireo Vireo latimeri is veel kleiner, met een gelige buik en een witte oogring.

Leefgebied

Vochtig en nat bergbos, lager bergregenwoud en elfenwoud, tussen ongeveer 300 en 1350 m. Foerageert in groepen in de middelste en bovenste laag op insecten en vruchten en is vooral buiten het broedseizoen de kernsoort van gemengde groepen. Slaapt gezamenlijk in grote bamboepollen of palmen. In het broedseizoen, van januari tot eind juli, zijn de paren territoriaal.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Puerto Rico, in de bergen van de Cordillera Central en de Sierra de Luquillo, met de grootste aantallen in El Yunque en in het bos van Maricao. Het verspreidingsgebied is door ontbossing versnipperd. Buiten Puerto Rico komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Langs de wegen en paden in het bergbos van El Yunque en in het bos van Maricao zijn groepen vaak eerst te horen aan het harde tsjak. Andere bosvogels lopen met de groep mee, zodat het de moeite waard is een passerende groep goed af te zoeken.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar. Door ontbossing in het verleden is het verspreidingsgebied in losse bosgebieden opgedeeld; de grootste aantallen leven nu in beschermde bossen.

Wetenschappelijke naam

Nesospingus speculiferus | (Lawrence, 1875)

Lawrence beschreef de soort in 1875 als Chlorospingus (?) speculiferus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Nesospingus werd in 1885 ingevoerd door Sclater. Nesospingus is Grieks, van nēsos 'eiland' en spingos 'vink': 'eilandvink'. speculiferus is Latijn, van speculum 'spiegel' en -fer 'dragend', naar de kleine witte vleugelvlek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Puerto Rico.