Alle soorten › Zangvogels › Hispaniolatangaren › Grijskruinpalmtangare

Grijskruinpalmtangare | Phaenicophilus poliocephalus

Grey-crowned Palm-tanager | Cuatro ojos coronigrís

De grijskruinpalmtangare is de zuidwestelijke tegenhanger van de zwartkruinpalmtangare en leeft vooral op het schiereiland Tiburon in Haïti en de eilanden ervoor. De twee palmtangares werden wel als één soort opgevat en vormen waar ze elkaar raken hybriden. Met de witvleugelzanger en de groenstaartzanger vormen ze de familie Phaenicophilidae, die alleen op Hispaniola voorkomt.

Grijskruinpalmtangare (Phaenicophilus poliocephalus)
Foto: Patrick — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lange, melodieuze zang en een roep die als pie-oe wordt weergegeven. Van deze soort zijn weinig opnamen beschikbaar.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.

Herkenning

Ongeveer 18 cm, robuust, met een vrij zware, puntige snavel. Kruin en nek zijn donkergrijs; een zwart masker loopt van de teugel door het oog, met witte vlekjes rond het oog. De bovendelen en staart zijn geelgroen. De keel is helder wit en steekt scherp af tegen de donkergrijze borst en buik. De seksen zijn gelijk. De ondersoort coryi van Gonâve is groter en lichter, met een witte streep over het midden van borst en buik; tetraopes van Île-à-Vache is iets lichter dan de nominaatvorm.

Verwarrings­soorten

De zwartkruinpalmtangare Phaenicophilus palmarum heeft een zwarte kruin, die in het zwart van de kop overgaat, en een witte keel die geleidelijker overloopt in de grijze onderdelen. Hybriden vertonen tussenvormen en zijn niet altijd met zekerheid toe te wijzen. De witvleugelzanger Xenoligea montana is veel kleiner en heeft een witte vleugelvlek.

Leefgebied

Alle bostypen, van droog tot nat, en daarnaast boomplantages, erven, parken en tuinen. Van zeeniveau tot ongeveer 2400 m. Door deze brede keuze kan de soort zich ook handhaven in het sterk ontboste zuidwesten van Haïti.

Verspreiding en trek

Alleen op Hispaniola. Op het schiereiland Tiburon in het zuidwesten van Haïti en het eilandje Grande Cayemite, met eigen ondersoorten op Gonâve en Île-à-Vache. In de Dominicaanse Republiek alleen zeer plaatselijk in de Sierra de Bahoruco, onder meer bij Loma del Toro en de Hoyo de Pelempito. Buiten Hispaniola komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de Dominicaanse Republiek is de soort te vinden in de hogere delen van de Sierra de Bahoruco bij Loma del Toro en de Hoyo de Pelempito. Een goede blik op de kruin en het scherp afgegrensde witte keelvlak is nodig, omdat ook zwartkruinpalmtangares en hybriden in de buurt kunnen zijn. In Haïti is de soort over het hele schiereiland Tiburon te vinden, ook in tuinen en plantages.

Staat van instandhouding

Gevoelig. De populatiegrootte is onbekend maar neemt vermoedelijk af door de ernstige ontbossing in Haïti en de Dominicaanse Republiek. Doordat de soort ook in tuinen en aangetaste begroeiing leeft, is ze minder kwetsbaar dan echte bosvogels.

Wetenschappelijke naam

Phaenicophilus poliocephalus | (Bonaparte, 1851)

Bonaparte beschreef de soort in 1851 als Dulus poliocephalus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phaenicophilus werd in 1851 ingevoerd door Strickland. Phaenicophilus is Grieks, van phoinix 'dadelpalm' en philos 'liefhebber': 'palmliefhebber'. poliocephalus is Grieks, van polios 'grijs' en kephalē 'kop', naar de grijze kruin. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Haïti.