Alle soorten › Kolibries en gierzwaluwen › Kolibries › Robijnkeelkolibrie

Robijnkeelkolibrie | Archilochus colubris

Ruby-throated Hummingbird | Colibrí gorjirrubí

De robijnkeelkolibrie is de enige kolibrie die in het oosten van Noord-Amerika broedt. Het grootste deel van de populatie overwintert in Mexico en Midden-Amerika; een klein aantal trekt via of naar de Bahama’s, Cuba en de Kaaimaneilanden. In het gebied is het daarmee de enige kolibrie die als trekvogel uit het noorden komt.

Robijnkeelkolibrie (Archilochus colubris)
Foto: Paul Danese — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een zacht, droog tsjik, soms snel herhaald; bij achtervolgingen klinkt een hoog gekwetter. Het mannetje maakt met de vleugels een hoorbaar gezoem.

Luister: VluchtroepXC1177201

Opname: Anne McCormack — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

7–9 cm, met een rechte, middellange zwarte snavel. Beide geslachten zijn glanzend groen van boven. Het mannetje heeft een robijnrode keel die zonder licht zwart lijkt, een zwarte kin en zwarte teugels, een witte halskraag onder de keel, groengrijze flanken en een gevorkte, donkere staart. Het vrouwtje heeft een witachtige keel, soms met fijne donkere streepjes, lichtgrijze onderdelen met een zweem van buff op de flanken en een afgeronde staart met witte punten aan de buitenste pennen. Jonge mannetjes hebben een gestreepte keel met enkele rode veren.

Verwarrings­soorten

Het vrouwtje van de Bahamaboself Nesophlox evelynae is kleiner en heeft een kaneelkleurige buik en een staart met veel kaneelbruin. De Cubaanse smaragdkolibrie Riccordia ricordii is groter en geheel groen of grijs van onderen, met een lange, gevorkte staart en een roze ondersnavel. De bijkolibrie Mellisuga helenae van Cuba is veel kleiner, met een korte staart, en het mannetje heeft een roze-rode kop en keel.

Leefgebied

In de winter in tuinen, parken en erven met bloeiende struiken, bosranden, pijnbos en droog bos en struweel langs de kust; komt naar voerflessen. Neemt nectar en kleine insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op de Bahama’s een schaarse maar regelmatige wintergast en doortrekker, met de meeste waarnemingen op Grand Bahama en Abaco en enkele op Andros, Bimini en de Berry Islands. Op Cuba een zeldzame doortrekker en wintergast, vooral in het westen (Pinar del Río, Havana, Matanzas) en in Ciego de Ávila. Op de Kaaimaneilanden (Grand Cayman) zeldzaam maar herhaaldelijk vastgesteld. Daarnaast losse meldingen van Jamaica, Hispaniola en de Amerikaanse Maagdeneilanden. Broedt in het oosten van Noord-Amerika en overwintert vooral van Mexico tot Panama.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Grand Bahama bij voerflessen en in tuinen met bloeiende struiken rond Freeport, vooral van december tot april. Elke kolibrie met een witte keel en een ongetekende grijze buik in het noorden van het gebied verdient een tweede blik.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in het broedgebied; in het Caribisch gebied overwintert slechts een klein deel van de populatie.

Wetenschappelijke naam

Archilochus colubris | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Trochilus Colubris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Archilochus werd in 1854 ingevoerd door Reichenbach. Archilochus eert de Griekse dichter Archilochos van Paros (7e eeuw v.Chr.); Reichenbach noemde veel kolibriegeslachten naar figuren uit de oudheid. colubris is een verlatijnsing van colibri, de Franse en Spaanse naam voor een kolibrie. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit South Carolina, Verenigde Staten.