Alle soorten › Pelikaanachtigen › Ibissen en lepelaars › Rode ibis
Rode ibis | Eudocimus ruber
Scarlet Ibis | Ibis escarlata
De rode ibis is een middelgrote ibis met een geheel scharlakenrood verenkleed, dat hij dankt aan de kleurstoffen in de krabben en andere kreeftachtigen die hij eet. Binnen het gebied is hij gebonden aan Trinidad, waar duizenden vogels 's avonds in de mangrove van het Caroni-moeras neerstrijken. Samen met de cocrico is hij de nationale vogel van Trinidad en Tobago.
Geluid
Meestal stil. Op de slaapplaats en in de broedkolonie een laag, schor gegrom en kort snaterend gekwaak.
Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
56–61 cm, met een lange, neerwaarts gebogen snavel en vrij lange poten. Volwassen vogels zijn vrijwel geheel scharlakenrood, met roodachtig gezicht en poten en een donkere tot roodachtige snavel; alleen de punten van de buitenste handpennen zijn inktzwart. Jonge vogels zijn grijsbruin van boven en wit van onder, en kleuren in ongeveer twee jaar via vlekkerig roze naar rood. Vliegt met gestrekte hals, met snelle slagen afgewisseld door korte glijvluchten, in groepen in een V of in lange, golvende rijen.
Verwarringssoorten
De rode lepelaar Platalea ajaja is lichter roze, heeft een witte hals en een platte, lepelvormige snavel. De rode flamingo Phoenicopterus ruber is veel groter, met een zeer lange hals en poten en een geknikte snavel. Jonge rode ibissen lijken sterk op jonge witte ibissen Eudocimus albus; de twee kruisen in het wild, en oranje of wit-met-rode vogels kunnen mengvormen zijn.
Leefgebied
Mangrove, getijdenslik, estuaria en ondiepe kustlagunes; plaatselijk ook zoetwatermoerassen achter de kust. Foerageert in ondiep water en op slik door met de gebogen snavel in de modder te tasten naar krabben, garnalen, weekdieren, kleine vissen en insecten. Overnacht en broedt in groepen in mangrovebomen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
In het gebied vooral op Trinidad, met de grootste slaapplaats in het Caroni-moeras aan de westkust; kleinere aantallen elders langs de west- en zuidkust van het eiland. Of en in welke omvang de soort tegenwoordig op Trinidad broedt, en welk deel van de vogels op de slaapplaats van het Venezolaanse vasteland komt, is niet eenduidig vastgelegd. Op Tobago zijn uit de laatste jaren nauwelijks waarnemingen bekend. Elders in het gebied een zeldzame dwaalgast, onder meer op Aruba, Grenada, Jamaica en Cuba. Buiten het gebied langs de kusten van het noorden van Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela via de Guyana's tot Brazilië, en in de llanos van Venezuela en Colombia.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het Caroni-moeras, met een boottocht door de mangrove in de late middag; in het laatste uur voor zonsondergang komen groepen rode ibissen aan op de slaapbomen, waar ze tegen het groen van de mangrove als rode vlekken zichtbaar blijven. De aantallen op de slaapplaats wisselen door het jaar.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. In Trinidad stond de soort onder druk door jacht en door het droogleggen van delen van het Caroni-moeras voor rijstbouw; het moeras is een beschermd gebied en jacht op de soort is verboden. Verstoring van de slaapplaats en stroperij blijven aandachtspunten.
Wetenschappelijke naam
Eudocimus ruber | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Scolopax rubra; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Eudocimus werd in 1832 ingevoerd door Wagler. Eudocimus is Grieks, van eudokimos 'roemrijk, gewaardeerd' (eu 'goed' en dokimos 'voortreffelijk'). ruber is Latijn voor 'rood', naar het scharlakenrode verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Bahama's.



