Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Roodkruinspecht

Roodkruinspecht | Melanerpes rubricapillus

Red-crowned Woodpecker | Carpintero coronirrojo

De roodkruinspecht is een kleine Melanerpes-specht van Costa Rica en Panama en het noorden van Zuid-Amerika. In het Caribisch gebied komt hij alleen op Tobago voor, waar hij algemeen is in bosranden, plantages en tuinen; op Trinidad ontbreekt hij.

Roodkruinspecht (Melanerpes rubricapillus)
Foto: Alejandro Bayer Tamayo from Armenia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een rollende, vaak trillende reeks als churr, churr, krr-r-r-r met een abrupte slottoon; bij balts een herhaald wicka, wicka, verder kwetterende roepen.

Luister: ZangXC837793

Opname: Francisco contreras — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

16–18 cm. Voorhoofd geelachtig wit. Het mannetje heeft een helderrode kruin en een oranjerode nek; bij het vrouwtje is de kruin lichtgrijs tot vuilwit en is alleen de nek roodachtig. Wangen, keel en onderdelen zijn grijsbeige, met een roodachtige tot oranjerode vlek midden op de buik. Mantel en rug zijn zwart-wit gebandeerd, de stuit is wit en de slagpennen zijn zwart met witte banden.

Verwarrings­soorten

Op Tobago de enige specht met een zwart-wit gebandeerde rug. De roodstuitspecht Veniliornis kirkii is kleiner, olijfbruin van boven, met een rode stuit en een dicht gebandeerde onderzijde. De olijfrugspecht Colaptes rubiginosus is groter, olijfgroen van boven, met een lichte wang, een grijze kruin met rode rand en een gele, gebandeerde onderzijde.

Leefgebied

Droog loofbos, secundair bos, kuststruweel, mangrove, plantages en tuinen. Eet insecten en vruchten. Beide ouders hakken de nestholte in een dikke stam, een tak of een zuilcactus, op 3 tot 23 meter hoogte; het legsel telt drie of vier eieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het Caribisch gebied alleen op Tobago (nominaatvorm Melanerpes rubricapillus rubricapillus), over het hele eiland. Op Trinidad en de andere eilanden komt geen populatie voor. Buiten het gebied van Costa Rica en Panama door het noorden van Colombia en Venezuela tot Guyana en Suriname, van zeeniveau tot ongeveer 1700 meter.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Tobago bijna overal waar bomen staan, ook in hoteltuinen en langs wegen. De rollende roep is vaak het eerste teken. Mannetje en vrouwtje zijn aan de kleur van de kruin te onderscheiden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Een algemene soort die zich goed handhaaft in secundair bos, plantages en tuinen.

Wetenschappelijke naam

Melanerpes rubricapillus | (Cabanis, 1862)

Cabanis beschreef de soort in 1862 als Centurus rubricapillus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melanerpes werd in 1832 ingevoerd door Swainson. Melanerpes is Grieks, van melas 'zwart' en herpēs 'kruiper': 'zwarte kruiper'. rubricapillus is Latijn, van ruber 'rood' en capillus 'haar (van het hoofd)', naar de rode kruin. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Barranquilla, Colombia.