Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Roodstuitspecht

Roodstuitspecht | Veniliornis kirkii

Red-rumped Woodpecker | Carpintero lomirrojo

De roodstuitspecht is een kleine, olijfbruine specht van het neotropische laagland, die in het Caribisch gebied op Trinidad en Tobago leeft. Hij is onopvallend en wordt vaak pas opgemerkt door zijn nasale roepreeks of zijn roffel. De naam verwijst naar de rode stuit, die vooral in vlucht te zien is.

Roodstuitspecht (Veniliornis kirkii)
Foto: Félix Uribe from Rionegro, Antioquia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een vrij langzame reeks nasale, nadrukkelijke roepen, kenh kenh kenh kenh; verder een nasaal kier en een herhaald kie-jik kie-jik. Roffelt snel, luid en vaak langdurig.

Luister: ZangXC552720

Opname: Jerome Fischer — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–16 cm. De bovendelen zijn goudachtig olijfbruin met gele en rode veerpunten, de stuit is karmijnrood. Het gezicht is olijfbruin met fijne witachtige streepjes. De onderdelen zijn dicht gebandeerd in donkerbruin en witachtig. De slagpennen zijn donkerbruin met olijfgroene randen. Het mannetje heeft een rode kruin en nek met donkere veerpunten; het vrouwtje heeft een donkerbruine kruin zonder rood.

Verwarrings­soorten

De olijfrugspecht Colaptes rubiginosus is groter, heeft een grijze kruin met rode rand, een lichte wang en een gele, gebandeerde onderzijde zonder rode stuit. Op Tobago heeft de roodkruinspecht Melanerpes rubricapillus een zwart-wit gebandeerde rug, een witte stuit en een grijsbeige, ongebandeerde onderzijde.

Leefgebied

Vochtig bos, secundair bos, bosranden, de randen van mangrove, droog bos en struweel en kokosplantages. Foerageert op insecten op stammen en takken. Hakt de nestholte in een levende boom of palm, op 3 tot 8 meter hoogte; het legsel telt twee of drie eieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Standvogel op Trinidad en Tobago (nominaatvorm Veniliornis kirkii kirkii). Elders in het Caribisch gebied ontbreekt de soort. Buiten het gebied van Costa Rica en Panama door het noordwesten van Zuid-Amerika tot Ecuador en Peru en via Venezuela tot Guyana.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In bossen en langs bosranden op beide eilanden, onder meer in de Northern Range op Trinidad en het bos van de Main Ridge op Tobago. De nasale roepreeks is het beste aanknopingspunt; de rode stuit is meestal pas te zien als de vogel wegvliegt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied en komt ook in secundair bos en plantages voor.

Wetenschappelijke naam

Veniliornis kirkii | (Malherbe, 1845)

Malherbe beschreef de soort in 1845 als Picus (Chloropicus) Kirkii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Veniliornis werd in 1854 ingevoerd door Bonaparte. Veniliornis combineert Venilia, een Romeinse nimf uit de mythe rond de spechtkoning Picus, met Grieks ornis 'vogel'. kirkii eert vermoedelijk John Kirk, die rond 1845 vogels verzamelde op Tobago, waar het type vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tobago.