Alle soorten › Scharrelaarachtigen › Todies › Smalsnaveltodie
Smalsnaveltodie | Todus angustirostris
Narrow-billed Tody | Barrancolí picofino
De smalsnaveltodie is de bergtodie van Hispaniola. Hij leeft in vochtig en nat bos met een dichte onderbegroeiing, vooral boven 900 m, en vervangt daar de diksnaveltodie van de drogere laaglanden. Hij foerageert lager in de begroeiing dan zijn verwant en blijft daardoor vaak in de schaduw van het struikgewas.
Geluid
Een zoemend, tweelettergrepig tsjik-zjwiek met de klemtoon en een lichte stijging op de tweede noot, en een snel, zoemend gekwetter.
Opname: Ross Gallardy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
11 cm, gedrongen, met een grote kop, een korte staart en een lange, platte, vrij smalle snavel. De bovensnavel is zwart, de ondersnavel rood met een donkere punt. De bovendelen zijn helder groen, de keel karmijnrood, gescheiden van het gezicht door een witte baardstreep. Het oog is licht. Halszijden en borstzijden zijn grijs, borst en buik wit, de flanken rozerood. De ondervleugel is zwavelgeel. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De diksnaveltodie Todus subulatus heeft een bredere snavel met een geheel rode ondersnavel, een donker oog, grijzere, geelgetinte onderdelen en lichtroze flanken; hij leeft vooral lager en in droger bos. Waar beide voorkomen, onderscheidt de roep ze het snelst. De Hispaniolasmaragdkolibrie Riccordia swainsonii heeft een dunne snavel en zweeft bij bloemen.
Leefgebied
Vochtig en nat bergbos en nevelwoud met dichte onderbegroeiing, ook secundair bos en schaduwkoffie, meestal tussen 900 en 2400 m; plaatselijk lager, waar hij met de diksnaveltodie samen voorkomt. Jaagt vanaf een lage zitplaats op insecten aan bladeren. Beide oudervogels graven een nesttunnel van ongeveer 30 cm in een aarden oever; tussen april en juli wordt één legsel van één tot vier witte eieren gelegd.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Endemisch op Hispaniola, in de bergen van zowel de Dominicaanse Republiek als Haïti. Buiten Hispaniola komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In bergbos en nevelwoud van de Dominicaanse Republiek, waar de zoemende tweetonige roep het eerste teken is. De vogel zit vaak laag en stil in het struikgewas langs bospaden. Op de overgang naar droger bos zijn beide todies van Hispaniola te vergelijken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort is gebonden aan bergbos; in het sterk ontboste Haïti is dat leefgebied klein.
Wetenschappelijke naam
Todus angustirostris | de Lafresnaye, 1851
De Lafresnaye beschreef de soort in 1851 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Todus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Todus is een Latijns woord voor een klein vogeltje, genoemd door de toneelschrijver Plautus en de grammaticus Festus. angustirostris is Latijn, van angustus 'smal' en rostrum 'snavel', naar de smallere snavel dan die van de Diksnaveltodie. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Hispaniola.



