Alle soorten › Zangvogels › Ovenvogels en boomklimmers › Temmincks stekelstaart
Temmincks stekelstaart | Synallaxis albescens
Pale-breasted Spinetail | Pijuí pechiblanco
Temmincks stekelstaart is een kleine, onopvallende ovenvogel van grasland en ruigte. Hij houdt zich verborgen in dicht gras en struikgewas en wordt vooral opgemerkt door zijn eindeloos herhaalde, tweetonige roep. Op Trinidad leeft de ondersoort trinitatis, die ook in het oosten van Venezuela voorkomt.
Geluid
Een eindeloos herhaald, scherp en schraperig wie-bzzt of wie-tie, vaak de hele dag door, ook in de middaghitte. Daarnaast korte, nasale en zoemende roepen.
Opname: Franco Vushurovich — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
13–16 cm, klein, met een lange, getrapte, grijsbruine staart met stekelige veerpunten en een korte snavel. Kruin en vleugelbocht zijn roodbruin, het voorhoofd is olijfgrijs en het gezicht lichtgrijsbruin met een lichtere streep door het oog. De rug is olijfbruin. De keel is witachtig met een donkere, zwart gespikkelde vlek, de borst lichtbeigegrijs en de buik witachtig. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De geelkinstekelstaart Certhiaxis cinnamomeus is van boven helemaal roodbruin, heeft een witte keel zonder donkere vlek en leeft in moeras. De kaneelstekelstaart Synallaxis cinnamomea is warmer bruin, met een zwart-wit gestreepte keel en gestreepte onderdelen, en leeft in bos.
Leefgebied
Open grasland, savanne, ruigte met verspreide struiken, overgroeide weilanden en de randen van akkers en suikerrietvelden, in het laagland. Foerageert verscholen laag in gras en struiken op insecten en spinnen. Het nest is een bol van gras en doornige takjes met een horizontale, buisvormige ingang, binnen 2 m van de grond in een graspol of begroeide struik. Nesten van stekelstaarten worden geparasiteerd door de gestreepte koekoek Tapera naevia.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
In het gebied alleen op Trinidad, waar de soort vrij algemeen is in open, grazig terrein in het laagland; op Tobago ontbreekt ze. Buiten het gebied van Costa Rica en Panama door een groot deel van Zuid-Amerika, ten oosten van de Andes, tot in het noorden van Argentinië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het beste te vinden door op de herhaalde roep te letten in grasland met verspreide struiken en langs akkerranden op Trinidad. Een zingende vogel zit soms even vrij op een grasstengel of struikje, maar duikt bij verstoring snel weg.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort profiteert plaatselijk van ontbossing, waardoor open, grazig terrein ontstaat.
Wetenschappelijke naam
Synallaxis albescens | Temminck, 1823
Temminck beschreef de soort in 1823 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Synallaxis werd in 1818 ingevoerd door Vieillot. Synallaxis is Grieks, van sunallaxis 'uitwisseling'; waarom Vieillot die naam koos is niet duidelijk. albescens is Latijn voor 'witachtig', naar de lichte onderdelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit bij Sorocaba, São Paulo, Brazilië.




