Alle soorten › Zangvogels › Ovenvogels en boomklimmers › Kaneelstekelstaart

Kaneelstekelstaart | Synallaxis cinnamomea

Stripe-breasted Spinetail | Pijuí pechiestriado

De kaneelstekelstaart is een verborgen levende stekelstaart van de ondergroei van bossen, die vaak op of vlak boven de grond foerageert. Op Trinidad en Tobago leven twee eigen ondersoorten: carri op Trinidad en de lichtere terrestris op Tobago, waar de soort het algemeenst is.

Kaneelstekelstaart (Synallaxis cinnamomea)
Foto: Feroze Omardeen — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een nasaal, scherp tsjik-kwiek of tsjurt-wert, lange tijd herhaald. Roepen zijn een zacht, klagend pieeuw en een kort tsjoe.

Luister: ZangXC838583

Opname: Francisco contreras — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–16 cm, met een lange, getrapte staart met stekelige veerpunten. De bovendelen zijn warm bruin, de vleugels roodbruin. De keel is zwart-wit gestreept. De Trinidadse carri is donkerbruin van boven, zonder wenkbrauwstreep, met een overwegend zwarte keel en dof olijfbruine onderdelen met vage streepjes. De Tobagose terrestris is de lichtste ondersoort, olijfbruin van boven, met grotendeels ongestreepte onderdelen. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Temmincks stekelstaart Synallaxis albescens heeft een roodbruine kruin, een lichte borst en buik en een grijsbruine staart, en leeft in open grasland. De geelkinstekelstaart Certhiaxis cinnamomeus is helder roodbruin van boven en wit van onderen en leeft in moerassen.

Leefgebied

Dichte ondergroei in vochtig en halfgroen bos, bosranden, tweede groei en struikgewas in heuvels en bergen, op Tobago ook in drogere bossen en struweel tot dicht bij de kust. Foerageert in paren laag in de begroeiing en op de grond tussen het blad op insecten en andere ongewervelden. Het nest is een bol van takjes en bladeren met een ingangstunnel bovenop, op hellende grond of in een struik tot 3 m hoog.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen op Trinidad en Tobago. Op Tobago vrij algemeen in bos en struikgewas over het hele eiland; op Trinidad schaarser en vooral in de Northern Range. Buiten het gebied in het noorden van Colombia en Venezuela.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Tobago is de soort te vinden, bijvoorbeeld langs paden in het bos van de Main Ridge. Het helpt om op de nasale zang te letten en dan geduldig de ondergroei af te zoeken; de vogels laten zich soms zien als ze over het pad lopen of in het blad op de grond zoeken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een beperkt verspreidingsgebied, maar is daarbinnen plaatselijk algemeen en komt ook in tweede groei voor.

Wetenschappelijke naam

Synallaxis cinnamomea | de Lafresnaye, 1843

De Lafresnaye beschreef de soort in 1843 als Synnalaxis cinnamomeus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Synallaxis werd in 1818 ingevoerd door Vieillot. Synallaxis is Grieks, van sunallaxis 'uitwisseling'; waarom Vieillot die naam koos is niet duidelijk. cinnamomea is Latijn voor 'kaneelkleurig', naar het warmbruine verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bogotá, Colombia.