Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Violette organist
Violette organist | Euphonia violacea
Violaceous Euphonia | Eufonia violácea
De violette organist is de meest verbreide organist van Trinidad en Tobago en een soort van bos en plantages in het oosten van Zuid-Amerika. Hij staat bekend om zijn gevarieerde zang, waarin hij geluiden van andere vogels nabootst. Om die zang wordt hij gevangen en als kooivogel gehouden.
Geluid
Een gevarieerde, lange zang van muzikale tonen, piepjes, gekwetter en nagebootste geluiden van andere vogels. De roep is een kort, helder die-die.
Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
10–12 cm, gedrongen, met een korte staart en een korte, dikke snavel. Het mannetje is glanzend blauwzwart van boven, met een diep goudgeel voorhoofd dat niet tot achter het oog doorloopt, en diep goudgele keel en onderdelen. Het vrouwtje en jonge vogels zijn olijfgroen van boven en groenachtig geel van onder, zonder duidelijke tekening.
Verwarringssoorten
Het mannetje van de Trinidadorganist Euphonia trinitatis is kleiner, heeft een blauwzwarte keel en een gele kruin tot ver achter het oog. Het vrouwtje van die soort heeft een grijze baan over borst en buik. Andere organisten zijn op Trinidad en Tobago zeldzaam.
Leefgebied
Vochtig bos, bosranden, secundair bos en plantages van cacao en citrus, ook in tuinen met fruitbomen. Eet vooral kleine vruchten, met name van maretakken, epifytische cactussen en Cecropia, en slechts zelden insecten. Leeft in paren of kleine groepjes.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Op Trinidad en Tobago een vrij algemene standvogel, op beide eilanden. Verder in het oosten van Venezuela, de Guyana's en het oosten van Brazilië tot Paraguay en het noordoosten van Argentinië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Trinidad in het Northern Range, bijvoorbeeld langs de weg van Arima naar Blanchisseuse, en op Tobago in het Main Ridge-bos. Het mannetje zingt vanaf een hoge, open zitplaats; de wisselende zang met nabootsingen is het beste aanknopingspunt.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Op Trinidad en Tobago leidt de vangst voor de kooivogelhandel plaatselijk tot lagere aantallen; het moeilijk toegankelijke bos biedt de soort enige bescherming.
Wetenschappelijke naam
Euphonia violacea | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Fringilla violacea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Euphonia werd in 1806 ingevoerd door Desmarest, A-G. Euphonia is Grieks, van eu 'goed' en phōnē 'geluid': 'welluidend', naar de aangename roep. violacea is Latijn voor 'violet, paarsachtig', naar de glanzend violetblauwe bovendelen van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Suriname.





