Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Hispaniolakruisbek
Hispaniolakruisbek | Loxia megaplaga
Hispaniolan Crossbill | Piquituerto de La Española
De Hispaniolakruisbek is de enige kruisbek van het Caribisch gebied en leeft uitsluitend in het pijnbos van de hoogste gebergten van Hispaniola, waar hij pico cruzado wordt genoemd. Met zijn gekruiste snavelpunten wrikt hij de schubben van de kegels van de Hispaniolaanse pijn Pinus occidentalis open. De soort stamt waarschijnlijk af van kruisbekken die na de laatste ijstijd in de koele bergen achterbleven en is nauw verwant aan de witbandkruisbek van Noord-Amerika en Eurazië.
Geluid
De roep is een hoog, nadrukkelijk herhaald tsjoe-tsjoe-tsjoe-tsjoe, vaak in de vlucht. De zang is een reeks trillers en tjilpende tonen.
Opname: Ross Gallardy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
15–16 cm, gedrongen, met een grote kop, een korte, gevorkte staart en een zware snavel met gekruiste punten. Het mannetje is dof bruin met een rode tot roodoranje waas op kop, nek, bovenrug en borst. De vleugels zijn zwartachtig met twee brede, witte vleugelstrepen. Het vrouwtje is dof bruin met een gele stuit, een gele waas op de bovenborst en fijne, bruine strepen over de hele borst. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, maar zijn bruiner en zwaarder gestreept.
Verwarringssoorten
Op Hispaniola herkenbaar aan de gekruiste snavel en de witte vleugelstrepen. Vrouwtjes en jonge vogels van de Haïtisijs Spinus dominicensis, die in hetzelfde pijnbos leven, zijn veel kleiner, met een spitse snavel en gele vlekken in vleugel en staart.
Leefgebied
Pijnbos van Pinus occidentalis tussen ongeveer 540 en 2600 m. Is afhankelijk van rijpe kegels en trekt in groepjes rond naar plekken met een goede kegeloogst. Broedt vooral van januari tot april, in losse groepjes. Het legsel telt twee of drie eieren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Endemisch op Hispaniola. In de Dominicaanse Republiek in de Sierra de Bahoruco en de Cordillera Central; in Haïti in het Massif de la Selle en het Massif de la Hotte. Enkele waarnemingen in de Blue Mountains op Jamaica in de jaren 1970 gelden als dwaalgasten. Meldingen van de Bahama's zijn niet onderbouwd.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de Dominicaanse Republiek in het pijnbos van de Sierra de Bahoruco en in Valle Nuevo in de Cordillera Central. Het voorkomen wisselt met de kegeloogst; groepjes verraden zich door de roep in de vlucht en door het geluid van openbrekende kegels en vallende schubben.
Staat van instandhouding
Bedreigd. De wereldpopulatie wordt geschat op 1000 tot 2300 volwassen vogels en neemt af. De belangrijkste bedreigingen zijn versnippering van het pijnbos door landbouw en houtkap en grote, ongecontroleerde bosbranden.
Wetenschappelijke naam
Loxia megaplaga | Riley, 1916
Riley beschreef de soort in 1916 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Loxia werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Loxia komt van het Griekse loxos 'schuin', naar de gekruiste snavelpunten. megaplaga is volgens Jobling Grieks, van mega 'zeer, groot' en plagios 'scheef, krom', vermoedelijk naar de sterk gekruiste snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit El Río, Dominicaanse Republiek.
