Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Witbuikelenia
Witbuikelenia | Elaenia martinica
Caribbean Elaenia | Elenia caribeña
De witbuikelenia is de elenia van de Caribische eilanden: een middelgrote, grijsbruine tiran die op vrijwel alle eilanden van Puerto Rico tot Grenada, op de ABC-eilanden, de Kaaimaneilanden en San Andrés voorkomt. Hij is vaak luid aanwezig in droog bos en tuinen. Over het gebied worden meerdere ondersoorten onderscheiden, onder meer martinica in de Kleine Antillen, barbadensis op Barbados, riisii op Puerto Rico en de ABC-eilanden, caymanensis op de Kaaimaneilanden en cinerescens op San Andrés en Providencia. Op Puerto Rico heet hij jui blanco.
Geluid
Een getrokken pie-wie-rie-rie-rie als zang en een herhaald dzjoei-op of wit-tsjurr als roep, vaak in de vroege ochtend en vaak volgehouden.
Opname: Alex Jones — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
15–18 cm, met een korte kuif die bij opwinding iets opgezet wordt en dan een witte kruinstreep toont, maar zonder het borstelige, gespleten uiterlijk van de geelbuikelenia. De bovendelen zijn dof olijf- tot grijsbruin, het gezicht grijsbruin gevlekt met lichte teugels en een vage lichte oogring. De ondersnavel heeft een lichte basis. De vleugels tonen twee witachtige vleugelstrepen. De keel is roetgrijs, de borst lichtgrijs, de buik witachtig tot dof lichtgeel. De seksen zijn gelijk. Vogels van Barbados zijn bruiner.
Verwarringssoorten
De geelbuikelenia Elaenia flavogaster, op Grenada en Sint Vincent naast deze soort, heeft een grotere, vaak gespleten kuif met veel wit en een duidelijk gelere buik. De bruinvleugeltiran Myiarchus oberi en de Puerto Ricaanse tiran Myiarchus antillarum zijn groter, rechter van houding en hebben roodbruin in vleugels of staart. De roestbuikpiewie Contopus latirostris heeft geen duidelijke vleugelstrepen en okerkleurige onderdelen. Vireo's als de baardvireo Vireo altiloquus hebben een kopstreep, geen vleugelstrepen en een dikkere snavel.
Leefgebied
Droog en halfgroen bos, kustbos, doornstruweel en strandstruweel, mangroveranden, de kroonlaag en randen van vochtiger bos, en tuinen en parken met bomen, van zeeniveau tot ongeveer 700 m. Vangt insecten en eet veel kleine vruchten en bessen, die het van de takken pikt of in een korte vlucht plukt. Het nest is een ondiep, losjes gebouwd kommetje van takjes.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Standvogel op Puerto Rico met Vieques en Culebra, de Amerikaanse en Britse Maagdeneilanden, Anguilla, Sint Maarten en Saint-Martin, Saint-Barthélemy, Saint Kitts en Nevis, Antigua en Barbuda, Montserrat, Guadeloupe, Dominica, Martinique, Saint Lucia, Sint Vincent en de Grenadines, Grenada en Barbados, verder op Aruba, Curaçao en Bonaire, de Kaaimaneilanden en San Andrés en Providencia. Een paar meldingen van Trinidad en van de zuidelijke Cubaanse eilanden zijn onzeker. Buiten het gebied op eilanden voor de kust van het schiereiland Yucatán.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op de meeste eilanden van de Kleine Antillen, Puerto Rico en de ABC-eilanden een van de gewone vogels van droog bos, struweel en tuinen; in het droge bos van Guánica op Puerto Rico en in het Christoffelpark op Curaçao te vinden. Vroeg in de ochtend roept hij het meest.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De wereldpopulatie wordt op ten minste een half miljoen volwassen vogels geschat, met een vermoedelijk dalende trend. Orkanen en het verlies van droog bos kunnen plaatselijke populaties treffen.
Wetenschappelijke naam
Elaenia martinica | (Linnaeus, 1766)
Linnaeus beschreef de soort in 1766 als [Muscicapa] martinica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Elaenia werd in 1836 ingevoerd door Sundevall. Elaenia komt van Grieks elaineos 'van olie, olijfkleurig', naar het olijfgroene verenkleed. martinica verwijst naar Martinique, de herkomst van het type. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Martinique.






