Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Witkopwatertiran

Witkopwatertiran | Arundinicola leucocephala

White-headed Marsh Tyrant | Viudita cabeciblanca

De witkopwatertiran is een kleine moerastiran uit tropisch Zuid-Amerika die in het gebied alleen op Trinidad leeft. Het mannetje is zwart met een witte kop; de soort leeft in de zoetwatermoerassen van het eiland. De vogels zitten laag op riet, struikjes of hekpalen aan de waterkant en vliegen van daaruit kort uit naar insecten.

Witkopwatertiran (Arundinicola leucocephala)
Foto: André Inidio da Silva — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil. De roep is een hoog, kort sedik; bij de balts klinkt een lager, herhaald djoe-de-lewde.

Luister: ZangXC761493

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12,5–13 cm, met een korte snavel en een klein, wat rommelig kuifje. Het mannetje is geheel zwart met een witte kop en keel; de bovensnavel is zwart, de ondersnavel geel. Het vrouwtje heeft een wit voorhoofd en gezicht en een witte keel, maar verder grijsbruine bovendelen, borst en flanken, en grijsbruine vleugels en staart. Jonge vogels lijken op het vrouwtje.

Verwarrings­soorten

De bonte watertiran Fluvicola pica leeft in dezelfde moerassen, maar is overwegend wit met een zwarte achterkruin, een zwart-wit gevlekte rug en zwarte vleugels en staart; hij mist het egaal zwarte lichaam van het mannetje witkopwatertiran. Het vrouwtje witkopwatertiran is te herkennen aan de combinatie van wit gezicht en egaal grijsbruin lichaam zonder zwart-witte tekening.

Leefgebied

Zoetwatermoerassen, overstroomde savanne, rijstvelden en de begroeide oevers van vijvers, rivieren en sloten, in het laagland. Foerageert vanaf een lage zitplaats boven water of natte vegetatie. Het nest is een overdekte bol van droog gras met een ingang aan de zijkant, laag in een struikje in het moeras.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied een plaatselijk vrij algemene standvogel in de laaglandmoerassen van Trinidad; niet op Tobago en elders afwezig. Buiten het gebied in een groot deel van tropisch Zuid-Amerika ten oosten van de Andes, van Colombia, Venezuela en de Guyana's tot Bolivia, Paraguay en het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Trinidad het best te zoeken in de Nariva Swamp, de randen van de Caroni Swamp en rijstvelden en moerassige terreinen in het laagland. De vogels zitten vaak in paren of familiegroepjes op een vrije, lage zitplaats en zijn dan van een afstand te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied. Op Trinidad is ze afhankelijk van zoetwatermoerassen, die door drooglegging, bebouwing en branden kleiner worden.

Wetenschappelijke naam

Arundinicola leucocephala | (Linnaeus, 1764)

Linnaeus beschreef de soort in 1764 als Pipra leucocephala; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Arundinicola werd in 1840 ingevoerd door D'Orbigny, ACVMD. Arundinicola is Latijn, van arundo, arundinis 'riet' en -cola 'bewoner': 'rietbewoner', naar het leefgebied in moerassen. leucocephala is Grieks, van leukos 'wit' en kephalē 'kop', naar de witte kop van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Suriname.