Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Zapataral
Zapataral | Mustelirallus cerverai
Zapata Rail | Gallinuela de Santo Tomás
De zapataral is een donkere, middelgrote ral die alleen in het noorden van het Zapata-moeras op Cuba leeft. Het is een van de slechtst gekende vogels van het Caribisch gebied: sinds de ontdekking in 1927 bij het dorp Santo Tomás zijn er maar weinig zekere waarnemingen, en er is één nest ooit beschreven. De Cubaanse naam, gallinuela de Santo Tomás, verwijst naar die vindplaats; de wetenschappelijke naam eert de verzamelaar Fermín Cervera.
Van deze soort bestaat geen foto van een levende wilde vogel met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.
Geluid
Onvoldoende bekend. Beschreven zijn een stuiterend cutucutu-cutucutu-cutucutu en een luid kuck kuck, maar het is niet zeker dat deze geluiden van de zapataral komen en niet van de gevlekte ral, die in hetzelfde moeras leeft.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
29 cm, met korte, afgeronde vleugels; de vogel vliegt voor zover bekend nauwelijks. De bovendelen zijn olijfbruin. Kop, hals en borst zijn leigrijs; de buik is grijs met witte dwarsbandjes, de flanken grijsbruin en de onderstaartdekveren wit. De snavel is geel met een rode basis; oog en poten zijn rood. Jonge vogels zijn doffer, met olijfkleurige poten en snavel. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De gevlekte ral Pardirallus maculatus, die ook in het Zapata-moeras voorkomt, is dicht wit gestippeld en gebandeerd en heeft een groengele snavel met slechts een rode vlek. De koningsral Rallus elegans is groter, met roestbruine hals en borst en een lange, licht gebogen snavel. Het waterhoen Gallinula chloropus heeft ook een rode snavelbasis, maar een rood voorhoofdsschild, een witte flankstreep en zwemt veel in open water.
Leefgebied
Overstroomd, vrijwel ondoordringbaar moeras met hoge zaaggras-vegetatie, lisdodde en verward struikgewas en lage bomen van 1,5 tot 2 meter hoog, bij voorkeur in de buurt van iets hoger gelegen grond. Leeft verborgen op de bodem van deze vegetatie. Over voedsel en voortplanting is weinig bekend.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Endemisch op Cuba en alleen bekend uit het noordelijke deel van het Zapata-moeras in de provincie Matanzas, met een leefgebied van hooguit ongeveer duizend vierkante kilometer. Fossiele botten uit de omgeving van Havana, uit Pinar del Río en van Isla de la Juventud tonen dat de soort vroeger wijder verspreid was. Buiten Cuba komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De soort wordt bijna nooit gezien, ook niet door ervaren vogelaars in het Zapata-moeras. Waarnemingen zijn vooral gedaan langs smalle, gemaaide paden door het zaaggras, waar een vogel kort uit de dekking kan stappen. Het leefgebied is beschermd; bezoek gaat in de praktijk met een lokale gids van het nationaal park, en betreden van het moeras buiten paden verstoort leefgebied en vogels.
Staat van instandhouding
Ernstig bedreigd. Schattingen van de populatie lopen uiteen van minder dan 250 tot enkele honderden vogels, met een dalende trend. De belangrijkste bedreigingen zijn het branden van het moeras in de droge tijd, het maaien van zaaggras en predatie door ingevoerde mangoesten, ratten en de Afrikaanse meerval Clarias gariepinus. Op langere termijn vormen zeespiegelstijging en zwaardere orkanen een risico. Het leefgebied ligt binnen het nationaal park Ciénaga de Zapata.
Wetenschappelijke naam
Mustelirallus cerverai | (Barbour & Peters, 1927) (GBIF: Cyanolimnas cerverai)
Barbour & Peters beschreef de soort in 1927 als Cyanolimnas cerverai; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Mustelirallus werd in 1858 ingevoerd door Bonaparte. Mustelirallus combineert Latijn mustela 'wezel' met Rallus 'ral', naar de wezelachtige kleur en het sluipende gedrag. cerverai eert de Spaanse verzamelaar Fermín Zanón Cervera (1875–1944), die de soort in 1927 in de Zapatamoeras op Cuba ontdekte. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Santo Tomás, schiereiland Zapata, Cuba.

