Alle soorten › Zangvogels › Winterkoningen › Zapatawinterkoning

Zapatawinterkoning | Ferminia cerverai

Zapata Wren | Ferminia

De Zapatawinterkoning is de enige soort van het geslacht Ferminia en leeft alleen in het Zapatamoeras in het zuiden van Cuba. Thomas Barbour beschreef hem in 1926; de wetenschappelijke naam eert de Spaanse natuuronderzoeker Fermín Zanón Cervera, die de vogel samen met hem ontdekte. Met de Zapataral Mustelirallus cerverai en de Zapatagors Torreornis inexpectata is het een van de drie vogels die naar dit moeras genoemd zijn.

Zapatawinterkoning (Ferminia cerverai)
Foto: dominic sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is luid en muzikaal: een borrelend, gevarieerd gekweel dat wordt ingeleid door enkele keelachtige tonen, meestal in reeksen van drie of vier frasen. Daarnaast een droge, raspende alarmroep. Zingende vogels zitten vaak even zichtbaar boven op een struik.

Luister: ZangXC994878

Opname: FREDERIC Lionel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–16 cm, een grote winterkoning met korte, ronde vleugels en een lange staart. De bovendelen zijn grijsbruin met dichte zwarte dwarsbandering, die doorloopt over vleugels en staart. Een vage lichte wenkbrauwstreep loopt boven het oog. De onderdelen zijn lichtgrijs, de flanken en onderstaart bruiner en fijn gebandeerd. De snavel is vrij lang en licht gebogen. De seksen zijn gelijk. De vogel vliegt weinig en zwak en houdt zich bijna steeds laag in de vegetatie op.

Verwarrings­soorten

Op Cuba komt verder alleen de huiswinterkoning Troglodytes aedon voor, als zeldzame wintergast: veel kleiner, met een korte staart en egaal bruine bovendelen zonder sterke bandering. De Zapatagors Torreornis inexpectata leeft in hetzelfde moeras, maar is een gors met een dikke kegelsnavel, een roodbruine kruin en gelige onderdelen.

Leefgebied

Zoetwatermoeras met hoge pollen zaaggras Cladium jamaicense, afgewisseld met lage struiken en verspreide lage bomen, op plekken die in de droge tijd gedeeltelijk droogvallen. Zoekt in de dichte vegetatie naar insecten, spinnen en andere kleine ongewervelden, en soms kleine hagedissen. Het nest ligt laag in een pol zaaggras.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen in de Ciénaga de Zapata in de provincie Matanzas, Cuba, in een klein gebied in het noordelijke en westelijke deel van het moeras, met de omgeving van Santo Tomás als bekendste plek. Buiten dit moeras komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Rond Santo Tomás, vaak met hulp van plaatselijke gidsen die de territoria kennen. De beste tijd is de vroege ochtend, wanneer de vogels zingen; buiten de zangperiode blijft de soort verborgen in het hoge zaaggras.

Staat van instandhouding

Bedreigd. Het verspreidingsgebied is zeer klein en de soort is een standvogel die nauwelijks vliegt. De belangrijkste bedreigingen zijn branden in de droge tijd, die het zaaggras over grote oppervlakten vernietigen, ontwatering en omzetting van het moeras in landbouwgrond, en predatie door ingevoerde mangoesten en ratten. Het grootste deel van het leefgebied ligt binnen beschermd gebied.

Wetenschappelijke naam

Ferminia cerverai | Barbour, 1926

Barbour beschreef de soort in 1926 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Ferminia voerde hij in datzelfde werk in. Ferminia is genoemd naar Fermín Zanón Cervera (1875–1944), de Spaanse verzamelaar en natuuronderzoeker die de soort in de Ciénaga de Zapata ontdekte. cerverai eert Fermín Zanón Cervera (1875–1944), de Spaanse verzamelaar en natuuronderzoeker die de vogel in de Ciénaga de Zapata ontdekte. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Santo Tomás, Ciénaga de Zapata, Cuba.