Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Amerikaanse grijze wouw

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Amerikaanse grijze wouw | Elanus leucurus

White-tailed Kite | Milano cola blanca

De Amerikaanse grijze wouw is een lichtgrijze wouw van open land, die opvalt door het bidden: hij blijft met snel slaande vleugels en afhangende poten op één plek boven het gras hangen voordat hij zich op een muis laat vallen. Hij komt in het hele gidsgebied voor, van Baja California tot Panama, en is met het kappen van bos en de aanleg van weiland en rijstvelden sterk toegenomen. Buiten de broedtijd slapen soms tientallen vogels samen in een groep bomen.

Amerikaanse grijze wouw (Elanus leucurus)
Foto: Channel City Camera Club from Santa Barbara, US — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zacht, fluitend kjuut of kiep, vaak herhaald, en bij onrust een raspend, kraaiend kerrak. Rond het nest en de slaapplaats vaak te horen.

Luister: AlarmroepXC987855

Opname: José María Loaiza B. — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

35–43 cm, met lange, puntige vleugels en een vrij lange witte staart. De bovendelen zijn lichtgrijs, kop en onderdelen wit. Op de schouder zit een grote zwarte vlek, het oog is rood met een kleine zwarte vlek ervoor. In de vlucht is van onderen een kleine zwarte vlek bij de pols te zien en zijn de handpennen donkergrijs. Jonge vogels hebben een bruinig gestreepte borst, bruine kop en een geschubde, bruingrijze rug met bleke veerranden. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de Amerikaanse blauwe kiekendief Circus hudsonius vliegt laag met de vleugels in een ondiepe V, heeft een witte stuit, donkere vleugelpunten en een grijze staart en bidt zelden. De Mississippiwouw Ictinia mississippiensis heeft een zwarte staart, een grijze kop en onderdelen en bidt niet. De parelwouw Gampsonyx swainsonii is veel kleiner en donker van boven.

Leefgebied

Open grasland, savanne, weiland met verspreide bomen, akkers, rijstvelden, moerassen en natte graslanden, van zeeniveau tot de hoogvlakten van Midden-Mexico. Broedt in een losse, met gras beklede takkenkom in de kruin van een alleenstaande boom of een bosje. Jaagt vooral op muizen en ratten, minder op hagedissen, kikkers en grote insecten, die al biddend worden opgespoord.

Verspreiding en trek

In het hele gidsgebied in open land, van Baja California, Sonora en Tamaulipas via de hoogvlakten en het laagland van Mexico tot Panama; ontbreekt in gesloten bos en in het hooggebergte. In Midden-Amerika is de soort sinds het midden van de twintigste eeuw sterk uitgebreid met de ontbossing. Buiten de broedtijd zwerven vogels rond en ontstaan gezamenlijke slaapplaatsen. Buiten het gidsgebied in het westen en zuiden van de Verenigde Staten en in grote delen van Zuid-Amerika.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het bidden boven weiland en bermen in de vroege ochtend en late middag maakt de soort van ver herkenbaar, bijvoorbeeld boven de rijstvelden en weilanden van het laagland van Veracruz, Tabasco en Guanacaste. In de avond komen vogels samen bij gezamenlijke slaapplaatsen in bomen langs moerassen en weilanden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In Midden-Amerika profiteert de soort van het openmaken van bos; plaatselijk heeft hij te lijden van het gebruik van landbouwgif.

Wetenschappelijke naam

Elanus leucurus | (Vieillot, 1818)

Vieillot beschreef de soort in 1818 als Milvus leucurus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Elanus werd in 1809 ingevoerd door De Savigny. Elanus komt van het Griekse elanos, de naam van een wouw. leucurus is Grieks, van leukos 'wit' en oura 'staart', naar de witte staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.