Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Parelwouw

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Parelwouw | Gampsonyx swainsonii

Pearl Kite | Elanio perla

De parelwouw is de kleinste wouw van Amerika, met een gewicht van ongeveer negentig gram, en lijkt in bouw en gedrag meer op een kleine valk dan op een wouw. Hij leeft in open, droog land met verspreide bomen en jaagt vanaf een zitpost op hagedissen, grote insecten en kleine vogels. In het gidsgebied is hij een standvogel van Panama tot Honduras en El Salvador; door ontbossing heeft hij zich de afgelopen decennia sterk naar het noorden uitgebreid.

Parelwouw (Gampsonyx swainsonii)
Foto: Greg Kanies — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Weinig opvallend. Een reeks dunne, hoge fluittonen, kiewie-kiewie-kiewie, vooral rond het nest, en een kort, scherp tsiep.

Luister: ZangXC844094

Opname: Francisco contreras — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–23 cm, compact, met puntige vleugels en een vrij korte, rechte staart. De bovendelen zijn leigrijs tot zwartachtig, de onderdelen wit. Voorhoofd en wangen zijn bleek okergeel, over de achterhals loopt een witte kraag en opzij van de borst zit een zwarte vlek. De dijen zijn roestbruin. Jonge vogels hebben bleke randen aan de veren van de bovendelen, waardoor de rug geschubd lijkt, en een warmere okerkleurige tint op kop en borst. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse torenvalk Falco sparverius heeft een roestbruine rug en staart en twee donkere strepen in het gezicht. De vleermuisvalk Falco rufigularis is groter en gedrongener, met een zwarte kop, een donkere, fijn gestreepte borstband en een roestbruine buik. De aplomadovalk Falco femoralis is veel groter, heeft een lange staart en een donkere band over de buik. De Amerikaanse grijze wouw Elanus leucurus is veel groter en lichtgrijs, met een witte staart.

Leefgebied

Open savanne en weiland met verspreide bomen, heggen en palmen, akkerland, bosranden en wegbermen, vooral in droge streken in het laagland. Gebruikt vaak dode takken, palen en elektriciteitsdraden als uitkijkpost. Jaagt vanaf een zitpost of na een korte vlucht op hagedissen, sprinkhanen, kevers en kleine vogels, die soms in de vlucht worden gegrepen. Het nest is een klein takkennest hoog in een boom.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Standvogel aan de Pacifische kant van Panama, Costa Rica en Nicaragua, en in het zuiden van Honduras en in El Salvador; in Costa Rica en Panama inmiddels ook plaatselijk aan de Caribische kant en in het binnenland. In Guatemala zeldzaam, in Mexico slechts uitzonderlijk waargenomen. De soort heeft zich met het kappen van bos en de aanleg van weiland de afgelopen decennia noordwaarts uitgebreid. Buiten het gidsgebied in het noorden en midden van Zuid-Amerika, zuidwaarts tot in het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de droge tijd, van december tot april, zit hij vaak op dode takken en draden boven weiland en savanne in het Pacifische laagland van Panama en Costa Rica, bijvoorbeeld rond Guanacaste en op het schiereiland Azuero. Door het formaat valt hij gemakkelijk weg tussen tortels en valken op de draad; let op de witte kraag en de bleke wangen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort profiteert van ontbossing en het ontstaan van weiland en breidt zich in Midden-Amerika nog steeds uit.

Wetenschappelijke naam

Gampsonyx swainsonii | Vigors, 1825

Vigors beschreef de soort in 1825 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Gampsonyx voerde hij in datzelfde werk in. Gampsonyx is Grieks, van gampsos 'gekromd' en onux 'klauw': 'kromklauw'. swainsonii eert de Engelse natuuronderzoeker William Swainson (1789–1855). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit hoogvlakte van Bahia, Brazilië.