Alle soorten › Roofvogels › Visarenden › Visarend

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Visarend | Pandion haliaetus

Osprey | Águila pescadora

De visarend is een roofvogel die vrijwel uitsluitend van vis leeft en op vrijwel alle continenten voorkomt. In het gidsgebied broedt hij langs de kusten van Baja California en de Golf van Californië en op het schiereiland Yucatán en in Belize. Vogels uit Noord-Amerika trekken door het hele gebied en overwinteren langs de kusten, meren en rivieren tot in Panama.

Visarend (Pandion haliaetus)
Foto: lwolfartist — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een reeks korte, fluitende tjiep-tjiep-tjiep-roepen, vooral bij het nest en bij interacties; alarm is een hoger, dringender kjie-kjie.

Luister: RoepXC1013326

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

50–66 cm, met lange, smalle vleugels die in vlucht een knik bij de pols tonen, waardoor het silhouet aan een grote meeuw doet denken. De bovendelen zijn donkerbruin, de onderdelen wit. De kop is wit met een donkere oogstreep die doorloopt naar de nek; het oog is geel. Van onderen zijn de vleugels wit met een zwarte polsvlek en gebandeerde slagpennen. Vrouwtjes hebben meestal een duidelijkere bruine borstband dan mannetjes. Vogels van Yucatán en Belize hebben een wittere kop en een smallere oogstreep dan Noord-Amerikaanse vogels. Jonge vogels hebben lichte randen aan de bovendelen. Bidt boven het water en duikt met de poten vooruit.

Verwarrings­soorten

Grote meeuwen als de Pacifische mantelmeeuw Larus occidentalis hebben eveneens geknikte vleugels, maar missen de donkere oogstreep, de zwarte polsvlek en de bruine bovendelen. De Amerikaanse zeearend Haliaeetus leucocephalus, in het gidsgebied zeldzaam in het noorden, is groter en heeft bredere, plankvormige vleugels; jonge vogels zijn gevlekt bruin en wit, zonder heldere witte onderdelen. De Amerikaanse fregatvogel Fregata magnificens heeft veel langere, smalle vleugels en een diep gevorkte staart.

Leefgebied

Kusten, lagunes, estuaria, mangroven, eilandjes, meren, stuwmeren en rivieren met helder water en voldoende vis. Bouwt een groot takkennest op een rots, een zuilcactus, een boom, een paal of een baken, op eilandjes vaak op de grond. Vangt vis tot ongeveer 2 kg door met de poten vooruit in het water te duiken.

Verspreiding en trek

Broedvogel langs de kusten en op de eilanden van Baja California en de Golf van Californië, van het noorden van de Golf tot in Sinaloa, en langs de kusten van het schiereiland Yucatán en de cays van Belize. Van ongeveer september tot april wintergast langs alle kusten van het gidsgebied en bij meren, stuwmeren en rivieren in het binnenland, tot in Panama; jonge vogels blijven vaak de hele zomer. Op doortrek in september en oktober en in maart en april ook boven land, onder meer in de trekbaan langs de Golfkust van Veracruz. Buiten het gidsgebied wereldwijd, behalve op Antarctica.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Baja California en Sonora zijn nesten te zien op zuilcactussen, elektriciteitspalen en bakens langs de kust, bijvoorbeeld rond de Laguna San Ignacio, Bahía de los Ángeles en de baai van Guaymas. Op Yucatán broedt hij rond Ría Lagartos en Sian Ka'an. In de winter zit hij langs vrijwel elke kust, lagune of stuwmeer op een paal of dode boom.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De broedpopulatie in het noordwesten van Mexico is sinds het verbod op DDT hersteld en profiteert van palen en bakens als nestplaats. Plaatselijk bedreigd door verstoring, elektrocutie aan stroomleidingen en vervuiling van visgronden.

Wetenschappelijke naam

Pandion haliaetus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Falco Haliaetus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pandion werd in 1809 ingevoerd door De Savigny. Pandion is ontleend aan Pandion, de mythische koning van Athene en grootvader van Theseus. haliaetus gaat via het Latijn terug op het Griekse haliaetos 'zeearend', van hals 'zee' en aetos 'arend'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.