Alle soorten › Nieuwewereldgieren › Nieuwewereldgieren › Kleine geelkopgier
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves
Kleine geelkopgier | Cathartes burrovianus
Lesser Yellow-headed Vulture | Zopilote sabanero
De kleine geelkopgier is een slanke gier van natte savannes en moerassen in het laagland. Hij zweeft laag boven het gras en het water en zoekt aas, net als de kalkoengier, voor een groot deel met de reuk. In het gidsgebied leeft hij plaatselijk in het laagland aan de Golfkant en de Caribische kant, van het zuiden van Mexico tot Panama.
Geluid
Zonder stemorganen; vrijwel stil.
Opname: Luiz C. Silva — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
53–66 cm, iets kleiner en slanker dan de kalkoengier, met lange, smalle vleugels en een vrij korte, afgeronde staart. Het verenkleed is zwart met een lichte groenige glans. De kale kop is geel tot oranje, met rood op voorhoofd en nek en een blauwgrijze kruin. Van onderen zijn de vleugels tweekleurig, met een zwarte voorvleugel en grijze slagpennen; van boven vormen de witte schachten van de buitenste handpennen een lichte vlek bij de vleugelpunt. Zweeft laag met de vleugels in een V en wiebelt zijdelings. Jonge vogels hebben een grijsachtige kop met een lichte nek.
Verwarringssoorten
De kalkoengier Cathartes aura is groter en bruiner, heeft bij volwassen vogels een rode kop en mist de lichte vlek op de bovenvleugel; hij zweeft meestal hoger en ook boven droog land. De zwarte gier Coragyps atratus heeft een grijze kop, een korte staart, witte vlekken aan de vleugelpunt en vlakke vleugels. De grote geelkopgier Cathartes melambrotus komt alleen buiten het gidsgebied voor, in het Amazonebekken.
Leefgebied
Seizoensgebonden overstroomde savannes, zoetwatermoerassen, natte graslanden, pijnsavannes, randen van mangroven en kwelders, rijstvelden en natte weilanden; in het laagland, meestal onder 500 m. Zit vaak op paaltjes en lage bomen. Eet aas, maar ook vis, amfibieën en andere dieren die achterblijven in opdrogende poelen. Broedt in een holte of op de grond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Plaatselijk in het laagland aan de Golfkant van Mexico, van het zuiden van Veracruz via Tabasco tot Campeche en het zuiden van Quintana Roo; verder in Belize, de savannes van Petén in Guatemala, de pijnsavannes van de Mosquitia in Honduras en Nicaragua, de noordelijke laagvlakte van Costa Rica en in Panama, vooral in de savannes en rijstvelden aan de Pacifische kant. Buiten het gidsgebied in Zuid-Amerika tot het noorden van Argentinië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In Mexico zijn de moerassen van Pantanos de Centla in Tabasco een goede plek. In Belize vliegt hij boven de savannes en moerassen rond Crooked Tree, in Costa Rica bij Caño Negro en in Panama boven de rijstvelden en savannes rond Aguadulce. Hij vliegt vaak lager dan de kalkoengier en komt dan van dichtbij langs.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Plaatselijk algemeen in geschikt gebied; de aantallen lijken stabiel. Het ontwateren van moerassen en savannes vermindert zijn leefgebied, terwijl natte weilanden en rijstvelden plaatselijk nieuw leefgebied bieden.
Wetenschappelijke naam
Cathartes burrovianus | Cassin, 1845
Cassin beschreef de soort in 1845 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Cathartes werd in 1811 ingevoerd door Illiger. Cathartes is Grieks kathartēs 'reiniger', naar het opruimen van kadavers. burrovianus eert de Amerikaanse arts Marmaduke Burrough (1798–1844), consul in Veracruz. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit bij Veracruz (stad), Mexico.





