Alle soorten › Zangvogels › Zwaluwen › Amerikaanse klifzwaluw

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Amerikaanse klifzwaluw | Petrochelidon pyrrhonota

American Cliff Swallow | Golondrina risquera

De amerikaanse klifzwaluw is een gedrongen zwaluw met een rechte staart, een licht oranjebruine stuit en een donkere keel. Hij broedt in kolonies en bouwt kruikvormige moddernesten tegen rotswanden, bruggen en gebouwen. In het gidsgebied broedt hij in het noorden en midden van Mexico; door de rest van het gebied trekt hij in het voor- en najaar in grote aantallen naar en van Zuid-Amerika.

Amerikaanse klifzwaluw (Petrochelidon pyrrhonota)
Foto: Becky Matsubara from El Sobrante, California — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een laag, zacht, knorrend purr of vrrt; in de kolonie een reeks krakende, piepende en knarsende tonen.

Luister: VluchtroepXC1019845

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm, met brede, driehoekige vleugels en een korte, rechte staart. Kruin en rug donkerblauw, de rug met lichte strepen; stuit licht oranjebruin. Keel en wangen donker kastanjebruin met een zwartachtige vlek op de onderkeel, nek grijs. Het voorhoofd is bij de meeste vogels uit het noorden lichtgeel tot wit, maar bij de broedvogels van het zuiden en westen van Mexico kaneelbruin. Borst vaal grijsbruin, buik witachtig. Jonge vogels zijn doffer, met een lichtere, gevlekte keel.

Verwarrings­soorten

De holenzwaluw Petrochelidon fulva heeft een lichte, vaalgele keel en wangen en een donker kastanjebruin voorhoofd. De boerenzwaluw Hirundo rustica heeft een diep gevorkte staart zonder lichte stuit. De zuid-amerikaanse ruwvleugelzwaluw Stelgidopteryx ruficollis heeft ook een lichte stuit, maar egaal bruine bovendelen en een kaneelkleurige keel zonder donkere vlek.

Leefgebied

Open terrein, vaak bij water: rivierdalen, meren, weilanden, akkers, ravijnen en dorpen. Jaagt in de lucht op vliegende insecten, vaak hoog. Broedt in kolonies, soms van honderden paren, onder overhangende rotsen, bruggen, viaducten en dakranden. Het nest is een gesloten kruik van moddersnippers met een ingangstunnel.

Verspreiding en trek

Broedt in het noorden en midden van Mexico, zuidwaarts tot ongeveer het centrale hoogland. Doortrekker in het hele gidsgebied, het talrijkst langs de kusten en in de laaglanden van Midden-Amerika. Broedt verder in een groot deel van Noord-Amerika; overwintert in het zuiden van Zuid-Amerika.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Kolonies zijn in Mexico vaak te vinden onder bruggen over rivieren. In april en september trekken langs de Caribische kust van Costa Rica en Panama soms grote groepen, vaak samen met boerenzwaluwen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Talrijk en wijdverbreid; heeft geprofiteerd van bruggen en gebouwen als nestplaats.

Wetenschappelijke naam

Petrochelidon pyrrhonota | (Vieillot, 1817)

Vieillot beschreef de soort in 1817 als Hirundo pyrrhonota; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Petrochelidon werd in 1851 ingevoerd door Cabanis. Petrochelidon komt van het Griekse petros, 'rots', en khelidōn, 'zwaluw' — naar de gewoonte van klifzwaluwen om hun modderkommetjes tegen rotswanden te bouwen. pyrrhonota is Grieks, van purrhos 'vlammend rood' en nōtos 'rug', naar de roestkleurige stuit. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.