Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen, sterns en schaarbekken › Amerikaanse schaarbek

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Amerikaanse schaarbek | Rynchops niger

Black Skimmer | Rayador americano

De Amerikaanse schaarbek is een zwart-witte kustvogel met een lange, rood-zwarte snavel waarvan de ondersnavel ver voorbij de bovensnavel uitsteekt. Hij foerageert door met open snavel laag over kalm water te scheren; de ondersnavel klieft door het oppervlak en de snavel klapt dicht zodra die een visje raakt. In het gidsgebied rust hij in groepen op zandbanken, stranden en dijkjes langs lagunes en riviermondingen, en hij is vaak in de schemering en 's nachts actief.

Amerikaanse schaarbek (Rynchops niger)
Foto: DickDaniels (http://carolinabirds.org/) — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een nasaal, blaffend kaup of kak-kak-kak, vaak in koor uit een rustende of opvliegende groep, ook 's nachts.

Luister: VluchtroepXC914128

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

40–50 cm, met lange, smalle vleugels en een korte, licht gevorkte staart. De bovendelen zijn zwart, voorhoofd en onderdelen wit. De snavel is lang, zijdelings platgedrukt en rood met een zwarte voorste helft; de ondersnavel is duidelijk langer dan de bovensnavel. De korte poten zijn rood. Mannetjes zijn groter en grofgebekter dan vrouwtjes. Buiten de broedtijd is de rug bruiner en loopt een witte band over de achterhals. Jonge vogels zijn bruin met lichte randen op de bovendelen en hebben een kortere, dofrode snavel. In vlucht vallen de witte achterrand van de vleugel en de witte ondervleugel op.

Verwarrings­soorten

Door de snavelvorm en het scherende foerageren met geen andere soort te verwarren. Op afstand en in rust kan een groep aan sterns doen denken, zoals de koningsstern Thalasseus maximus, die een oranje snavel en een lichtgrijze rug heeft. De lachmeeuw Leucophaeus atricilla heeft in zomerkleed een zwarte kop, maar een grijze rug en een korte snavel.

Leefgebied

Beschutte kustwateren: lagunes, estuaria, riviermondingen, zoutpannen, havens en ondiepe baaien; soms ook grote rivieren en meren vlak bij de kust. Broedt in kolonies, vaak samen met sterns, op kale zandbanken, schelpenbanken en stranden; het nest is een ondiep kuiltje in het zand.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Langs beide kusten van Mexico, van de Golf van Californië en Baja California tot Chiapas en van Tamaulipas over Veracruz tot het schiereiland Yucatán; broedt hier plaatselijk op zandbanken in lagunes en riviermondingen. Verder zuidelijk langs de Pacifische en de Caribische kust van Midden-Amerika tot Panama, vooral buiten de broedtijd. Buiten het gidsgebied broedt de soort langs de kusten van de Verenigde Staten en in grote delen van Zuid-Amerika, langs de kusten en de grote rivieren tot in Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Lagunes en riviermondingen bij hoogwater, wanneer de vogels dicht opeen op zandbanken rusten. In de schemering en bij windstil weer zijn de scherende vluchten boven vlak water te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De wereldpopulatie is groot, maar kolonies op stranden en zandbanken zijn gevoelig voor verstoring door recreatie, loslopende honden, hoogwater en predatoren, en zijn in delen van Noord-Amerika achteruitgegaan.

Wetenschappelijke naam

Rynchops niger | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Rynchops voerde hij in datzelfde werk in. Rynchops komt van het Griekse rhunkhos, 'snavel', en ōps, 'gezicht' — een 'snavelgezicht', naar de opvallende snavel met de veel langere ondersnavel. niger is Latijn voor 'zwart' — naar de zwarte bovendelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit kust van South Carolina, VS.