Alle soorten › Valkachtigen › Valken en caracara's › Amerikaanse torenvalk

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae

Amerikaanse torenvalk | Falco sparverius

American Kestrel | Cernícalo americano

De Amerikaanse torenvalk is de kleinste valk van het gidsgebied en een van de meest geziene roofvogels in open land. Hij zit op draden, palen en dode takken langs wegen en akkers, of hangt biddend boven het gras, en vangt vooral sprinkhanen en andere grote insecten, hagedissen en muizen. In het noorden en de hooglanden van Mexico en in de pijnsavannes van Belize, Honduras en Nicaragua broeden standvogels; van september tot april komen daar wintergasten uit Noord-Amerika bij.

Amerikaanse torenvalk (Falco sparverius)
Foto: Rhododendrites — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een snel, hoog klie-klie-klie of kilie-kilie-kilie, vooral bij onrust en rond het nest; in de winter meestal stil.

Luister: ZangXC1101990

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

22–31 cm, slank, met lange, spitse vleugels en een lange staart. Beide geslachten hebben twee zwarte verticale streepjes op de witte wang, een blauwgrijze kruin met een roestbruine vlek en roestbruine rug met zwarte bandjes. Het mannetje heeft blauwgrijze vleugels met zwarte vlekjes, een effen roestbruine staart met een brede zwarte eindband en een witte tot zalmkleurige onderzijde met ronde zwarte stippen. Het vrouwtje is iets groter, met roestbruine, zwart gebandeerde vleugels en staart en bruine lengtestrepen op de borst.

Verwarrings­soorten

Het smelleken Falco columbarius is gedrongener, donkerder en mist de roestbruine tinten en de dubbele wangstreep; het bidt niet. De vleermuisvalk Falco rufigularis is donker leikleurig met een zwarte borst en roestrode buik. De Amerikaanse sperwer Accipiter striatus heeft korte, afgeronde vleugels en een rechte, gebandeerde staart. De aplomadovalk Falco femoralis is groter, met een witte wenkbrauwstreep en een donkere band over de buik.

Leefgebied

Open land met verspreide bomen of palen: grasland, savanne en pijnsavanne, halfwoestijn, akkers, weiland en dorpen en steden, van zeeniveau tot boven 2500 m. Broedt in boomholtes, oude spechtengaten, rotsspleten en gaten in gebouwen. Jaagt vanaf een uitkijkpost of biddend boven de grond.

Verspreiding en trek

Standvogel in Baja California, in het noorden van Mexico en in de hooglanden van midden- en zuid-Mexico tot in Guatemala, en in de pijnsavannes van Belize, het oosten van Honduras en het noordoosten van Nicaragua. Wintergasten uit Noord-Amerika verspreiden zich van september–oktober tot maart–april over vrijwel heel Mexico en Midden-Amerika; ten zuiden van Nicaragua is de soort dan schaarser, in Costa Rica en Panama vooral in open land aan de Pacifische kant. Buiten het gidsgebied van Alaska en Canada tot Vuurland en in het Caribisch gebied.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter het beste langs wegen door akkers en weiland op het Mexicaanse hoogland, waar de vogels om de paar honderd meter op een draad of paal zitten. Bij het neerlanden wipt de staart even op en neer.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In Noord-Amerika nemen de aantallen sinds de jaren zeventig af; in Mexico profiteert de soort van ontbossing en akkerbouw.

Wetenschappelijke naam

Falco sparverius | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Falco voerde hij in datzelfde werk in. Falco is Laatlatijn voor 'valk', van falx, falcis 'sikkel', naar de sikkelvormige klauwen van de vogel. sparverius is middeleeuws Latijn voor 'sperwer', een naam die eigenlijk niet bij deze echte valk past. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit South Carolina.