Alle soorten › Steltloperachtigen › Plevieren › Aziatische goudplevier

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Aziatische goudplevier | Pluvialis fulva

Pacific Golden-Plover | Chorlito dorado siberiano

De Aziatische goudplevier broedt in Siberië en het westen van Alaska en overwintert vooral rond de Grote Oceaan, van Zuidoost-Azië tot Australië en de eilanden van Polynesië. In het gidsgebied is ze een dwaalgast, geen inheemse soort. De meeste gevallen komen van de Pacifische kust van Mexico, waar af en toe een vogel overwintert.

Aziatische goudplevier (Pluvialis fulva)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, tweelettergrepig tsjoe-wiet, duidelijker en meer gearticuleerd dan de roep van de Amerikaanse goudplevier; ook een kort tsjiet. Bij dwaalgasten is de roep een nuttige aanwijzing.

Luister: Nachtelijke vluchtroepXC1179873

Opname: Xiangrong Yan — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

23–26 cm. Iets kleiner en ranker dan de Amerikaanse goudplevier, met relatief langere poten, een iets grotere snavel en een kortere handpenprojectie: in zit steken meestal maar twee of drie pentoppen voorbij de tertials uit, en de tertials reiken ver naar achteren. Buiten de broedtijd vaak warmer goudgeel getint op rug, borst en gezicht, met een gelige wenkbrauwstreep. In broedkleed zwart van gezicht tot buik, maar met een witte band die langs de halszijde doorloopt over de flanken, en wit gevlekte onderstaartdekveren. In de vlucht een vage vleugelstreep, een donkere stuit en een grijze ondervleugel; de tenen steken iets voorbij de staart uit.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse goudplevier Pluvialis dominica is de belangrijkste verwisselingskans: die is wat gedrongener en kortpotiger, met een langere handpenprojectie, en buiten de broedtijd doorgaans grijzer. In broedkleed toont de Amerikaanse een geheel zwarte onderkant zonder witte flanken. De zilverplevier Pluvialis squatarola is groter, met een witte stuit en zwarte oksels. Losse vogels zijn alleen bij goed zicht op deze kenmerken, of aan de roep, te determineren.

Leefgebied

Zoutpannen, droge randen van kustlagunes, slikken en strandvlakten, en kort grasland dicht bij de kust; vaak samen met zilverplevieren of andere steltlopers.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Enkele gevallen langs de Pacifische kust van Mexico, vooral in Baja California en Baja California Sur en in Colima, met daarnaast meldingen uit Nayarit en Oaxaca. Verder in Midden-Amerika enkele gevallen, onder meer een langdurig verblijvende vogel aan de Golf van Nicoya in Costa Rica en meldingen uit Nicaragua en Belize. Buiten het gidsgebied broedt de soort op de toendra van Noord-Siberië en West-Alaska en overwintert ze van Oost-Afrika en Zuid-Azië tot Australië en de eilanden van de Grote Oceaan, ook op Hawaï; in Californië een schaarse maar jaarlijkse wintergast.

Hoe en wanneer kijken

Goudplevieren aan de Pacifische kust van Mexico, vooral op zoutpannen en droge lagunebodems in de winter, zijn het nauwkeurig bekijken waard. De korte handpenprojectie, de lange poten en de roep zijn de beste kenmerken; een foto van de vleugelpunt in zit helpt bij de determinatie.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een dwaalgast zonder vaste aanwezigheid; er zijn geen aanwijzingen voor een trend.

Wetenschappelijke naam

Pluvialis fulva | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Charadrius fulvus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pluvialis werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Pluvialis is Latijn voor 'van de regen', van pluvia 'regen', naar het oude geloof dat deze plevieren samendromden wanneer er regen op komst was. fulva is Latijn voor 'geelbruin, goudbruin', naar de goudgele spikkeling op de bovendelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tahiti.