Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Azuurstuittangare

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Azuurstuittangare | Poecilostreptus cabanisi

Azure-rumped Tanager | Tangara chiapaneca

De azuurstuittangare is een lichtblauwe tangare met een zwart gevlekte rug en een azuurblauwe stuit. Hij leeft in paren of kleine groepen in de kruinen van vochtig bergbos en schaduwkoffie. Zijn kleine verspreidingsgebied ligt helemaal in het gidsgebied, op de Pacifische helling van Chiapas en Guatemala.

Azuurstuittangare (Poecilostreptus cabanisi)
Foto: Ryan F. Mandelbaum — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Roept hoge, dunne tsie-tonen en een droog getsjip. De zang is weinig beschreven.

Luister: ZangXC334969

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm. Middelgrote tangare met een stevige, donkere snavel. Kop en bovendelen licht hemelsblauw, kruin en nek met een groenige glans; mantel met zwarte vlekken; stuit helder azuurblauw. Zwarte teugel. Keel en borst lichtblauw tot grijsblauw met zwarte vlekjes op de bovenborst, buik vaal geelbruin tot wittig. Vleugels en staart zwart met blauwe randen. Mannetje en vrouwtje lijken op elkaar.

Verwarrings­soorten

In het verspreidingsgebied lijkt geen andere tangare er sterk op. De bisschopstangare Thraupis episcopus is egaal grijsblauw, zonder zwarte vlekken en zonder afstekende stuit. Het mannetje van de blauwkaporganist Chlorophonia elegantissima is kleiner, met een lichtblauwe kap, een donkere rug en oranjegele onderdelen. De naaste verwant, palmers tangare Poecilostreptus palmeri, leeft ver weg in Oost-Panama.

Leefgebied

Kruinlaag en randen van vochtig, altijdgroen voetheuvel- en bergbos op de Pacifische helling, ongeveer tussen 1000 en 1800 m; ook in schaduwkoffie met hoge schaduwbomen. Leeft in paren of kleine groepen en eet vooral vruchten, onder meer van vijgen en Cecropia, en daarnaast insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Alleen in de Sierra Madre de Chiapas in Zuidoost-Mexico, onder meer in El Triunfo, en op de Pacifische helling van Zuidwest-Guatemala, onder meer op de zuidflank van de vulkaan Atitlán. Leeft alleen in het gidsgebied. Standvogel.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Guatemala geregeld gezien in het bos en de koffietuinen aan de zuidhelling van de vulkaan Atitlán; in Mexico in de reservaten van de Sierra Madre de Chiapas, zoals El Triunfo.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar (VU). Klein en versnipperd verspreidingsgebied; bedreigd door de kap van bergbos en door de omzetting van schaduwkoffie in zonkoffie en ander landbouwgebied.

Wetenschappelijke naam

Poecilostreptus cabanisi | (Sclater, 1868)

Sclater beschreef de soort in 1868 als Calliste cabanisi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Poecilostreptus werd in 2016 ingevoerd door Burns, Unitt & Mason. Poecilostreptus is Grieks, van poikilos 'gevlekt, bont' en streptos 'halsband', naar de band van zwarte vlekken over de lichte borst. cabanisi eert de Duitse ornitholoog Jean Louis Cabanis (1816–1906), conservator van het Berlijnse natuurhistorisch museum. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Costa Cuca, Quetzaltenango, Guatemala.