Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Bahamapijlstaart
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae
Bahamapijlstaart | Anas bahamensis
White-cheeked Pintail | Pato gargantillo
De bahamapijlstaart is een grondeleend van het Caribisch gebied en Zuid-Amerika en in het gidsgebied een dwaalgast, geen inheemse soort. Er zijn slechts enkele gevallen bekend, vooral uit het zuiden van Midden-Amerika. Omdat de soort ook als siervogel wordt gehouden, is bij losse vogels ontsnapping uit gevangenschap niet altijd uit te sluiten.
Geluid
Overwegend stil; het mannetje laat een zacht, hoog fluitje horen, het vrouwtje zachte, afdalende kwaakgeluiden.
Opname: Ignacio Escobar — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
38–50 cm, slank, met een spitse, bleke staart. Warm bruin met donkere vlekken op borst en flanken; wangen, keel en voorhals zijn helderwit en scherp afgegrensd tegen de bruine kruin. De snavel is blauwgrijs met een rode vlek aan elke kant van de basis. De seksen lijken op elkaar; het vrouwtje is doffer, met een kortere staart. In de vlucht een groene spiegel met brede okergele randen.
Verwarringssoorten
Geen andere eend in het gidsgebied combineert witte wangen met een rode snavelbasis. Het vrouwtje van de pijlstaart Anas acuta is groter en grijzer, met een effen grijze snavel en zonder witte wangen.
Leefgebied
Brakke en zoute kustlagunes, zoutpannen en mangrove, ook zoetwatermeren en vijvers.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Enkele gevallen in het gidsgebied, onder meer in Costa Rica en Panama. Standvogel op de Bahama's en de Grote Antillen, plaatselijk in de Kleine Antillen, langs de kusten van het noorden van Zuid-Amerika en, als andere ondersoort, van Ecuador tot Chili en Argentinië en op de Galápagoseilanden.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Een eend met witte wangen en een rode snavelbasis in een kustlagune is het noteren waard; let op ringen en tamheid, die op een ontsnapte vogel kunnen wijzen.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een dwaalgast zonder vaste aanwezigheid; er zijn geen aanwijzingen voor een trend.
Wetenschappelijke naam
Anas bahamensis | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Anas voerde hij in datzelfde werk in. Anas is het Latijnse woord voor 'eend'. bahamensis betekent 'van de Bahama's', waar het beschreven exemplaar vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bahama's.


