Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Blauwkaporganist

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Blauwkaporganist | Chlorophonia elegantissima

Elegant Euphonia | Eufonia capucha azul

De blauwkaporganist is een kleine, gedrongen organist van bergbos, te herkennen aan de hemelsblauwe kap op kruin en nek. Hij leeft vooral van de bessen van maretak en andere halfparasitaire planten en trekt in kleine groepjes door de boomkronen. Hoewel hij nog organist heet, wordt hij nu in het geslacht Chlorophonia geplaatst. In het gidsgebied leeft hij van het noordwesten en noordoosten van Mexico tot Nicaragua.

Blauwkaporganist (Chlorophonia elegantissima)
Foto: dominic sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een helder, klagend tjiew of tiew, vaak herhaald, en een droog, licht zoemend gekwetter. De zang is een rommelige reeks kwetterende en fluitende tonen.

Luister: ZangXC925592

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm. Het mannetje heeft een turkooisblauwe kruin en nek en een smal kastanjebruin voorhoofd. Gezicht, keel, rug, vleugels en staart zijn donker blauwzwart, de onderdelen warm oranjebruin. Het vrouwtje is van boven olijfgroen met dezelfde blauwe kap en een roestbruin voorhoofd; keel okerbruin, verdere onderdelen geelgroen. Snavel kort en dik.

Verwarrings­soorten

Door de blauwe kap is het mannetje met geen andere organist in het gidsgebied te verwarren; andere organisten met een donkere bovenkant hebben gele onderdelen en geel op de kop. Het vrouwtje lijkt op dat van de blauwkruinorganist Chlorophonia occipitalis, maar dat is helderder grasgroen, heeft een groene keel en mist het roestbruine voorhoofd. Vrouwtjes van Euphonia-organisten zijn olijfgroen of grijs zonder blauwe kap.

Leefgebied

Pijn-eikenbos, nevelwoud, eikenbos en hun randen, meestal tussen ongeveer 600 en 3000 m; ook halfopen terrein met losse bomen en boomgaarden waar maretak groeit. Buiten de broedtijd zwerft hij en verschijnt dan ook lager. Eet vooral maretakbessen en andere kleine vruchten. Bouwt een bolvormig nest met zij-ingang in mos of epifyten.

Verspreiding en trek

In Mexico van het zuidoosten van Sonora en Chihuahua langs de westelijke Sierra Madre en van het zuiden van Nuevo León en Tamaulipas langs de oostelijke Sierra Madre naar het zuiden, door de hooglanden van het midden en zuiden van Mexico; verder in Guatemala, El Salvador en Honduras tot het noorden en midden van Nicaragua. Komt niet voor buiten het gidsgebied; zeldzame dwaalgast in het zuiden van de Verenigde Staten.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het meest te vinden bij bomen met dichte maretakbossen, waar groepjes van enkele vogels kort komen eten en dan weer verder trekken. Het klagende tjiew verraadt de vogels vaak eerder dan dat ze te zien zijn.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen in bergbos; verdraagt halfopen terrein zolang er bomen met maretak blijven staan.

Wetenschappelijke naam

Chlorophonia elegantissima | (Bonaparte, 1838) (GBIF: Euphonia elegantissima)

Bonaparte beschreef de soort in 1838 als Pipra elegantissima; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chlorophonia werd in 1851 ingevoerd door Bonaparte. Chlorophonia combineert het Griekse khlōros 'groen' met de geslachtsnaam Euphonia, naar het groene verenkleed. elegantissima is Latijn voor 'zeer sierlijk', overtreffende trap van elegans, naar het kleurrijke verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico (niet nader bepaald).